Wintervogels in Vlaanderen: waarom er meer zijn dan je denkt

De schijn van standvogels: wat echt gebeurt

Veel mensen denken dat tuinvogels zoals roodborstjes, merels of mezen het hele jaar door dezelfde zijn. In werkelijkheid veranderen vogelpopulaties sterk tussen zomer en winter.

Spreeuw

Soorten zoals roodborst, merel en spreeuw zijn geen pure standvogels, maar ook geen klassieke trekvogels.
Ze hebben een gespreide strategie:

  • een deel van de populatie blijft hier
  • een deel trekt weg naar warmere gebieden
  • en in de winter komen grote aantallen noordelijke vogels erbij

Het resultaat is dat je ’s winters vaak meer vogels in je tuin ziet dan in de zomer — maar het zijn nooit precies dezelfde individuen.

Meerdere strategieën tegelijk

Veel soorten in Europa gebruiken een mix van drie strategieën:

1. Een deel blijft: de standvogelgroep

Voorbeelden: lokale merels, roodborsten, heggenmussen, koolmezen.

2. Een deel trekt weg naar het zuiden of westen in de winter

Dit zijn vooral jonge vogels, vrouwtjes of individuen uit voedselarme gebieden.

3. Een deel komt vanuit Scandinavië en Oost-Europa hier overwinteren

Voor vogels uit Scandinavië is Vlaanderen in de winter een veel vriendelijker leefgebied. Het is hier veel minder koud, waardoor ze minder energie verliezen aan warm blijven. Tegelijk is er meer voedsel beschikbaar: bessen, zaden en kleine bodemdiertjes verdwijnen bij hen volledig onder sneeuw en ijs, maar blijven hier nog toegankelijk. En tenslotte bieden onze tuinen, houtkanten en parken veel meer schuilplekken, van dichte struiken tot hagen en gebouwen die extra bescherming geven tegen wind en regen. Daardoor wordt onze regio een ideale overwinteringsplek voor veel noordelijke vogels.

Bij soorten zoals roodborst en spreeuw kunnen de overwinterende aantallen veel groter zijn dan de broedpopulatie.

Ganzen en eenden

Niet alleen bij zangvogels zien we dit patroon; ook verschillende eenden- en ganzensoorten vertonen dezelfde dynamiek. De grauwe gans is een ideaal voorbeeld: een deel van de populatie blijft hier broeden, maar tijdens de winter nemen hun aantallen sterk toe wanneer grote groepen uit Noord- en Oost-Europa hier komen overwinteren.

Grauwe gans

De brandgans was vroeger een typische wintergast, maar door klimaatverandering en milde winters blijft een groeiend deel nu het hele jaar bij ons. Toch stijgen hun aantallen in de winter nog steeds spectaculair door de instroom van noordelijke vogels. Ook de uitheemse Canadese gans is een vaste verschijning doorheen het jaar, maar krijgt in de winter versterking van trekkende vogels uit naburige regio’s.

Bij de eenden is dit fenomeen het duidelijkst bij de wilde eend en de kuifeend. Beide soorten hebben een standpopulatie, maar worden ’s winters talrijker doordat vogels uit Scandinavische en Oost-Europese broedgebieden hier komen overwinteren.

Impact van klimaatverandering op migratie

De migratiepatronen van veel vogelsoorten verschuiven merkbaar door de steeds zachtere winters in West-Europa. Waar bepaalde soorten vroeger massaal weg trokken, zien we nu dat steeds meer vogels hun trek inkorten of zelfs helemaal overslaan.

Brandgans

Soorten die van nature al gedeeltelijke trekvogels waren zoals brandgans, roodborsten, merels en vinken blijven vaker in of nabij hun broedgebied omdat de overlevingskansen tijdens de winter verbeteren. Het milde klimaat betekent minder strenge vorst, meer voedsel dat beschikbaar blijft en meer veilige schuilplaatsen in stedelijke en landelijke omgevingen. Daardoor wordt de noodzaak om honderden of duizenden kilometers te vliegen kleiner. Voor sommige soorten leidt dit tot een duidelijke trend richting meer standvogelgedrag, terwijl populaties die wél blijven trekken hun trekafstanden verkorten of later vertrekken. Klimaatverandering zorgt dus niet alleen voor warmere winters, maar ook voor een dynamische verschuiving in hoe vogels zich door het jaar heen verplaatsen.

Onze wintertuinen zitten vol leven, maar vaak niet met dezelfde vogels als in de zomer. Door een mix van standvogels, wegtrekkers én noordelijke overwinteraars ontstaat een dynamisch geheel dat elk jaar een beetje anders is. Wie in de winter goed kijkt, ontdekt dus een internationaal vogelpubliek recht in zijn eigen tuin.


Reacties

3 responses to “Wintervogels in Vlaanderen: waarom er meer zijn dan je denkt”

  1. De boeiende vogelwereld zit vol verrassingen! Deze dynamiek kan opgemerkt worden dankzij het ringen of zenderen van individuele vogels.

    1. Heel juist, maar ringen is maar een klein deel van het onderzoek en niet altijd even evident. Bij ringen heb je terugkoppeling nodig. Iets want niet altijd beschikbaar is.
      Zo wordt tegenwoordig een techniek gebruikt waarbij de chemische compositie van veren afhangt van waar ze broeden. Bij het ringen kan dan een veer geplukt worden waaruit ze kunnen afleiden waar het individu gebroed heeft. Dit is technisch moeilijker maar er is geen terugkoppeling nodig.
      Verder wordt er ook DNA gebruikt. Er zijn subtiele verschillen in het DNA tussen de zuiderse populaties en diegene die uit het noorden komen.

      1. Bedankt voor de aanvulling!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *