Home » Soorten » Vogels » Zangvogels » Roodborst

Roodborst

Erithacus rubecula

Beschrijving

De roodborst is misschien wel een van de meest vertrouwde en geliefde zangvogels van onze streken. Zijn ronde lijfje, grote donkere ogen en opvallend oranje-rode borst maken hem tot een herkenbare verschijning, zelfs voor wie weinig vogels kent. Het contrast met zijn grijzige rug en buik laat die warme borst nog meer opvallen, alsof hij een klein vuurtje met zich meedraagt in het groen.

Je hoort de roodborst vaak nog vóór je hem ziet. Zijn zang is helder, melodieus en soms melancholisch, met een zachte stroom van klanken die ook in de herfst en winter te horen is, wanneer de meeste andere vogels stil zijn. Zo lijkt de roodborst zelfs in de donkerste maanden leven en warmte in de tuin of het bos te brengen.

Qua gedrag is het een opvallend fel vogeltje. Ondanks zijn schattige uiterlijk verdedigt de roodborst zijn territorium fel. Hij jaagt indringers weg en vliegt zonder aarzelen op tegen andere roodborsten. In de tuin komt hij nieuwsgierig dichtbij, soms op een paar meter afstand, alsof hij zijn menselijke bezoekers nieuwsgierig in de gaten houdt.

De roodborst is een standvogel in Vlaanderen, maar in de winter krijgen we gezelschap van extra roodborsten uit het noorden, waardoor je hem in die tijd nog vaker ziet. Of hij nu in het bos, park of je achtertuin zit, zijn aanwezigheid geeft altijd een vleugje levendigheid en herkenning.

Habitat

De roodborst is een algemene bewoner van bossen, tuinen en parken, zolang er maar voldoende struiken, dichte begroeiing en schaduwrijke hoekjes aanwezig zijn. Hij houdt van halfopen gebieden waar hij laag bij de grond kan foerageren op insecten, wormen en andere kleine diertjes. In tuinen zie je hem vaak nieuwsgierig rondscharrelen tussen bladeren of in de buurt van composthopen, waar voedsel makkelijk te vinden is. Zijn behoefte aan beschutting maakt dat hij vooral plekken kiest met veel struiken, houtstapels of klimop, waar hij zowel kan schuilen als nestelen.

Nestgedrag

De roodborst kiest voor een verborgen nestplaats, vaak dicht bij de grond. Het nest kan verstopt zitten in een dichte struik, een houtstapel, een klimopstruweel of zelfs in een verlaten bloempot of oude laars die ergens in de tuin staat. Het vrouwtje bouwt het nest alleen: een zorgvuldig gemaakt kommetje van bladeren, mos en gras, met een zachte bekleding van haren en veertjes.

Vanaf april tot juli legt ze meestal 4 tot 6 eieren, die ze alleen uitbroedt. Het mannetje houdt zich intussen bezig met het verdedigen van het territorium en helpt pas na het uitkomen met het voederen van de jongen. Na ongeveer twee weken komen de kuikens uit en groeien ze razendsnel door het constante aanleveren van insecten door beide ouders. Na nog eens twee weken verlaten de jongen het nest, maar vaak zijn er in hetzelfde seizoen nog een of twee vervolglegsels.

De jonge roodborsten vallen meteen op: ze missen nog de rode borst en zijn volledig bruin gevlekt. Pas later krijgen ze hun kenmerkende kleur, waarmee ze in de herfst zelfstandig hun eigen territorium opzoeken.

Foto’s