Waar zijn alle insecten? De invloed van droogte en hitte op onze insectenwaarnemingen

De afgelopen weken betrapte ik mezelf meer dan eens op dezelfde gedachte: waar zijn alle insecten gebleven?

Tijdens verschillende wandelingen in de Vinderhoutse Bossen, het Zwin en enkele lokale natuurgebieden viel telkens hetzelfde op. Waar ik normaal tientallen zweefvliegen, kevers, wantsen en andere insecten verwacht, bleef het opvallend stil. Zelfs algemene soorten zoals de blinde bij of de snorzweefvlieg waren nauwelijks te vinden.

Tijdens een wandeling van ongeveer twee kilometer in het Zwin zag ik in de voormiddag slechts vier zweefvliegen: twee gewone krieltjes, één snorzweefvlieg en één blinde bij. Voor midden juli voelde dat bijzonder weinig.

Natuurlijk betekent dit niet dat onze insecten plots verdwenen zijn. Toch zette het me aan het denken. Heeft de aanhoudende droogte invloed op wat we zien? En speelt de hittegolf daarin een grotere rol dan we beseffen?

In dit artikel ga ik dieper in op hoe langdurige droogte en warm weer het gedrag van insecten beïnvloeden en waarom een insectenwandeling tijdens zo’n periode er heel anders kan uitzien dan je zou verwachten.

Warm weer betekent niet automatisch veel insecten

Veel mensen associëren zonnig en warm weer met een hoge insectenactiviteit. Dat klopt vaak in het voorjaar en tijdens aangenaam zomerweer, maar extreme hitte vertelt een ander verhaal.

Insecten zijn koudbloedige dieren. Hun lichaamstemperatuur wordt bepaald door de omgeving. Daardoor zijn ze sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Wanneer de temperatuur langdurig hoog oploopt en er bovendien weinig neerslag valt, proberen veel soorten uitdroging te voorkomen. Ze zoeken de schaduw op, kruipen dieper weg tussen de vegetatie of beperken hun activiteit tot de koelere uren van de dag.

Voor wie insecten wil observeren, heeft dat een groot effect. Bloemen die normaal vol zitten van het leven kunnen plots bijna leeg lijken. Kevers en wantsen blijven verborgen tussen de planten, zweefvliegen laten zich veel minder zien en ook veel andere insecten zijn eenvoudigweg minder actief. Ze zijn niet noodzakelijk verdwenen, maar wel een stuk moeilijker waar te nemen.

Invloed van de droogte

Hoewel de hitte veel aandacht krijgt, is de aanhoudende droogte waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van de verminderde activiteit.

Planten produceren onder droge omstandigheden minder nectar. Sommige bloemen verwelken sneller of stoppen zelfs volledig met nectarproductie. Dat betekent minder voedsel voor bestuivers zoals zweefvliegen, bijen en vlinders.

Hongerwesp op zoek naar nectar

Ook bladluizen, een belangrijke voedselbron voor de larven van veel zweefvliegen, reageren op droogte. Minder bladluizen betekent uiteindelijk ook minder zweefvliegen.

Bij sommige soorten kan de ontwikkeling vertragen. Andere stellen hun voortplanting uit of produceren tijdelijk minder nakomelingen. In uitzonderlijke gevallen kan een generatie grotendeels uitblijven wanneer de omstandigheden ongunstig blijven.

De volledige voedselketen komt daardoor onder druk te staan.

Insecten veranderen hun gedrag

Veel insecten verdwijnen niet uit een gebied, maar worden simpelweg veel moeilijker waarneembaar.

Tijdens warme en droge dagen zoeken ze beschutting:

  • diep tussen de vegetatie
  • onder bladeren
  • in de schaduw
  • dicht bij vochtige plekken.

Daarnaast verschuift hun activiteit vaak naar de vroege ochtend of de avond, wanneer de temperatuur lager ligt en de luchtvochtigheid hoger is.

Libellen en waterjuffers

Opvallend genoeg lijken libellen veel minder last te hebben van deze omstandigheden. Tijdens recente bezoeken waren zij zelfs veruit de meest waargenomen insectengroep.

Daar zijn verschillende redenen voor.

Libellen zijn actieve jagers en zijn niet afhankelijk van bloemen of nectar. Ze jagen vliegende insecten uit de lucht en kunnen daarbij grote afstanden afleggen. Bovendien hebben hun larven maanden tot zelfs jaren in het water geleefd. De volwassen dieren die we vandaag zien, zijn dus het resultaat van omstandigheden van langere tijd geleden.

Dat maakt hun aanwezigheid minder gevoelig voor enkele weken droogte dan bijvoorbeeld bij veel zweefvliegen.

Paardenbijter

Sprinkhanen

Ook sprinkhanen lijken vaak veel minder last te hebben van warme en droge omstandigheden. Tijdens hittegolven blijven ze dikwijls actief, terwijl veel andere insectengroepen nauwelijks nog zichtbaar zijn.

Dat is niet zo vreemd. De meeste sprinkhanen zijn aangepast aan open, zonnige habitats zoals graslanden, heide en duinen. Ze leven van grassen en kruiden en zijn, in tegenstelling tot bestuivers, niet afhankelijk van nectar. Warm weer helpt hen bovendien om snel op temperatuur te komen, waardoor ze juist erg actief kunnen zijn.

Dit betekent niet dat droogte geen invloed heeft. Bij langdurige droogte kunnen grassen minder voedzaam worden en kunnen vooral soorten van vochtige graslanden het moeilijk krijgen. Op korte termijn blijven veel sprinkhanen echter opvallend goed zichtbaar, terwijl zweefvliegen, vlinders en andere bloembezoekende insecten vaak veel minder actief zijn.

Wie tijdens een hittegolf door een grasland wandelt, zal daarom meestal nog wel sprinkhanen horen zingen of zien weg springen, zelfs wanneer de bloemen opvallend weinig leven aantrekken.

Wat betekent dit voor natuurliefhebbers?

Wie momenteel op zoek gaat naar insecten, hoeft niet meteen te denken dat de biodiversiteit volledig ingestort is.

De kans is groot dat veel soorten nog aanwezig zijn, maar zich minder laten zien of hun activiteit hebben aangepast aan de omstandigheden.

Toch kan een langdurige droge periode wel degelijk gevolgen hebben voor populaties wanneer voedsel schaars wordt en voortplanting minder succesvol verloopt. Hoe groot dat effect uiteindelijk zal zijn, zal pas later in het seizoen duidelijk worden.

Niet alle plekken in een natuurgebied reageren hetzelfde op droogte. Langs bosranden, vochtige grachten of beschaduwde delen blijven insecten vaak langer actief. Open zandvlakten of zonnige graslanden kunnen daarentegen bijna verlaten lijken. Wie goed zoekt, ontdekt dat insecten zich tijdens warme periodes vaak concentreren op de meest gunstige plekken.

Tips voor het observeren tijdens een droge periode

Wie ondanks de droogte insecten wil observeren, kan rekening houden met volgende tips:

  • Vroeg in de ochtend op pad gaan
  • Zoek rond vochtige plekken of water
  • Schermbloemigen, distels en andere rijk bloeiende planten kunnen hotspots zijn
  • Regelmatig enkele minuten bij dezelfde bloemen blijven staan
  • Na een regenbui opnieuw dezelfde locaties bezoeken
  • Focussen op libellen, juffers en sprinkhanen.

Vaak kan één regenperiode de activiteit van verschillende insectengroepen al merkbaar doen toenemen.

Momentopname

Het is belangrijk om deze waarnemingen in hun context te plaatsen.

Dit artikel is gebaseerd op recente veldwaarnemingen tijdens een periode van aanhoudende droogte en warm zomerweer. Insectenpopulaties schommelen van nature sterk onder invloed van het weer. Een stille wandeling vandaag betekent dus niet noodzakelijk dat dezelfde locatie volgende week even weinig leven zal bevatten.

Juist daarom blijven regelmatige waarnemingen zo waardevol. Ze helpen ons beter begrijpen hoe insecten reageren op veranderende weersomstandigheden en tonen hoe nauw biodiversiteit verbonden is met klimaat en landschap.

De komende weken blijf ik dezelfde gebieden bezoeken. Misschien verandert er weinig zolang de droogte aanhoudt, misschien brengt een eerste regenperiode opnieuw leven in de bloemen. Eén ding staat alvast vast: ook wanneer we weinig insecten zien, vertelt de natuur ons een verhaal. Soms zit dat verhaal niet in wat we wél vinden, maar juist in wat opvallend afwezig is.


Reacties

Één reactie op “Waar zijn alle insecten? De invloed van droogte en hitte op onze insectenwaarnemingen”

  1. Bedankt voor het beantwoorden van de vraag die ook door mijn hoofd spookte!
    Beter kijken en vroeg opstaan moet dus helpen toch enkele insecten te vinden…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *