Home » Soorten » Insecten » Libellen en juffers » Libellen » Bloedrode heidelibel

Bloedrode heidelibel

Sympetrum sanguineum

Beschrijving

De bloedrode heidelibel is een middelgrote heidelibel die relatief gemakkelijk te herkennen is wanneer je op enkele kenmerken let. Het mannetje is opvallend egaal bloedrood gekleurd, zonder duidelijke tekening op het achterlijf. De poten zijn volledig zwart, wat een belangrijk onderscheidend kenmerk is ten opzichte van andere heidelibellen. Het borststuk is eveneens rood en mist de contrasterende gele of zwarte strepen die je bij verwante soorten vaak ziet.

Het vrouwtje is minder opvallend gekleurd en heeft een bruin tot olijfkleurig lichaam, maar ook bij haar zijn de poten volledig zwart. Het achterlijf oogt slanker dan bij sommige andere Sympetrum-soorten en vertoont weinig tot geen tekening. De ogen raken elkaar bovenaan net, wat typisch is voor libellen en helpt om verwarring met juffers uit te sluiten.

Habitat

In het veld zit de bloedrode heidelibel vaak laag op vegetatie of op de grond, vooral in de buurt van stilstaande of traag stromende wateren met een zonnige en beschutte ligging. Door de combinatie van de egaal rode kleur bij het mannetje en de volledig zwarte poten bij beide geslachten is deze soort goed te onderscheiden van andere heidelibellen.

Larve

De larven van de bloedrode heidelibel leven in stilstaande tot zwak stromende wateren zoals plassen, vijvers en poelen met een zachte bodem van slib of fijn organisch materiaal. Ze zijn vrij gedrongen gebouwd en hebben een bruin tot grijsbruin lichaam, waardoor ze goed gecamoufleerd zijn tussen het substraat. Zoals bij alle libellenlarven beschikken ze over een vangmasker, een uitschuifbare onderlip waarmee ze prooien zoals kleine waterinsecten en larven grijpen.

Kenmerkend voor Sympetrum-larven is hun relatief korte en brede achterlijf met stomp ogende stekels aan de zijkant, wat hen een robuuste uitstraling geeft. Ze leven meestal ingegraven of half verscholen in de bodem en zijn vooral actief als hinderlaagjagers. De larvale fase duurt meestal één tot twee jaar, afhankelijk van temperatuur en voedselbeschikbaarheid. Wanneer de larve volgroeid is, kruipt ze uit het water om zich vast te hechten aan oevervegetatie of andere structuren, waar de uitsluiping tot volwassen libel plaatsvindt.

Foto’s