Insecten zijn overal om ons heen, ook in de tuin. Vaak kijken we er amper naar om, maar als je even stilstaat zie je al snel een hele kleine wereld vol beweging en kleur. Sommige insecten zijn zo herkenbaar dat bijna iedereen ze meteen herkent. In dit artikel ontdek je vijf soorten die je zelf gegarandeerd kan tegenkomen én een leuk weetje dat je kijk op deze dieren verandert.
Lieveheersbeestje
Een van de meest iconische insecten uit onze tuin. Schattige insecten die kinderen graag zoeken en op hun land laten lopen. Maar wist je ook dat er in Vlaanderen meer dan 60 verschillende soorten van bestaan? Van het tweestippig en het zevenstippig tot het veertienstippig lieveheersbeestje. Daarnaast is er ook het Aziatisch lieveheersbeestje, een exotische soort die ooit bewust werd ingevoerd om bladluizen te bestrijden. Alle lieveheersbeestjes zijn trouwens sublieme bladluizenverslinders.

Viervleklieveheersbeestje

Zevenstippelig lieveheersbeestje
Dagpauwoog
De dagpauwoog is een van de bekendste en meest geliefde dagvlinders van Vlaanderen. Met zijn grote, roodbruine vleugels en de opvallende ogen op elke vleugel lijkt hij rechtstreeks uit een schilderij te komen. Die oogvlekken, met blauw, geel en zwart, doen denken aan de veren van een pauw en vormen een krachtig afschrikmiddel tegen vogels: zodra de vlinder zijn vleugels spreidt, lijken de ogen een dreigende prooi te fixeren. Met gesloten vleugels is hij echter haast onzichtbaar, want de onderzijde is donkerbruin en doet denken aan een dood blad of een stuk schors.
Hommel
Vroeg in de lente kan je de wollige hommels al zien ontwaken op zoek naar de eerste zoete nectar in de tuinen. Die hebben ze nodig als bron van energie en soms vinden ze door de kou niet op tijd bloemen. Dan blijven ze gewoon stilzitten op de grond of in het gras. Geef ze gerust een druppeltje suikerwater en je ziet ze vaak meteen opleven en wegzoemen.
Hommels houden ook van de nectar van bloeiende klaver in het gras of van bramen langs de wegberm. Ze leven in kolonies met een koningin, werksters en mannetjes. Bovendien zijn ze heel erg goede bestuivers: door hun spieren te laten trillen kunnen ze zelfs bloemen bestuiven waar honingbijen minder goed bij kunnen, zoals tomaten en aubergines.

Aardhommel

Aardhommel
Zweefvliegen
Een groep van insecten die veel vergeten wordt… Ze lijken namelijk sprekend op bijen, wespen of hommels maar kunnen niet steken. Ze hebben maar twee vleugels en korte antennes. In de plaats daarvan zijn ze meesters in de lucht. Behendige vliegers die gewoon kunnen stilhangen als een helikopter.
Zweefvliegen zijn ook belangrijke bestuivers en je kan ze daarom veel op bloemen in je tuin vinden. Op een mooie zomerse dag kan je al gauw een 6-tal verschillende soorten waarnemen in een tuin.
De snorzweefvlieg is een van de meest voorkomende. Met zijn kleine zwarte snorretjes op zijn gele lichaam is hij iconisch onder de zweefvliegen. Een klein insectje met grote daden. Zo legt de snorzweefvlieg soms wel duizenden kilometers af om te migreren naar betere oorden.
Vuurwants
Met zijn felrode schild en zwarte vlekken is de vuurwants niet te missen. Vaak zie je ze in groepjes samen op de stam van een linde of rond stokrozen. Dat opvallende kleurpatroon is een waarschuwing: “ik ben oneetbaar”. Toch zijn vuurwantsen volkomen ongevaarlijk voor mensen én voor je tuin.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zuigen ze vooral aan zaden, vruchten of dode insecten. Ze veroorzaken dus geen schade aan planten. Vuurwantsen spelen zelfs een rol in het opruimen van organisch materiaal en zijn een mooi voorbeeld van hoe opvallende kleuren in de natuur niet altijd betekenen dat een dier gevaarlijk is.

Vuurwants

Vuurwants
Deze vijf insecten zijn stuk voor stuk gemakkelijk te herkennen en vertellen ieder hun eigen verhaal. Door ze van dichtbij te bekijken, zie je hoe divers en nuttig de insectenwereld eigenlijk is. En wie weet, is dit het begin van je eigen ontdekkingsreis naar nog veel meer insectensoorten in je tuin.





Geef een reactie