Beschrijving
De dagpauwoog is een van de bekendste en meest geliefde dagvlinders van Vlaanderen. Met zijn grote, roodbruine vleugels en de opvallende ogen op elke vleugel lijkt hij rechtstreeks uit een schilderij te komen. Die oogvlekken, met blauw, geel en zwart, doen denken aan de veren van een pauw en vormen een krachtig afschrikmiddel tegen vogels: zodra de vlinder zijn vleugels spreidt, lijken de ogen een dreigende prooi te fixeren. Met gesloten vleugels is hij echter haast onzichtbaar, want de onderzijde is donkerbruin en doet denken aan een dood blad of een stuk schors.
De dagpauwoog is een algemene standvlinder, die in tuinen, parken, bermen en natuurgebieden voorkomt. Hij houdt van bloemrijke plekken en bezoekt in de zomer graag nectarplanten zoals distel, vlinderstruik, koninginnekruid en hemelsleutel. In de herfst zie je hem vaak op gevallen fruit.
De dagpauwoog overwintert als volwassen vlinder, verscholen in schuurtjes, houtstapels of holle bomen. Daardoor is hij vaak een van de eerste vlinders die je in het voorjaar ziet: zodra de eerste warme zonnestralen verschijnen, vliegt hij uit, soms al in februari of maart.
Met zijn schitterende kleuren, zijn slimme verdediging en zijn vroege verschijning in de lente is de dagpauwoog een van de meest iconische vlinders van onze streken – een ware ambassadeur van de Vlaamse vlinderfauna.

Habitat
De dagpauwoog is een echte alleskunner die in heel Vlaanderen voorkomt. Hij houdt van bloemrijke tuinen, bermen, bosranden, akkers en parken – overal waar nectarrijke planten aanwezig zijn. Vooral vlinderstruik, distels, koninginnekruid en hemelsleutel zijn populaire nectarbronnen. In de herfst zie je hem ook vaak op gevallen fruit in boomgaarden of tuinen.
Omdat de rupsen afhankelijk zijn van grote brandnetel (Urtica dioica), komt de soort vooral voor in gebieden waar brandnetel in de zon groeit: langs slootkanten, bosranden en ruige terreinen. Die dubbele binding – bloemen voor de volwassen vlinder, brandnetel voor de rupsen – verklaart waarom de dagpauwoog zo vaak in de nabijheid van menselijke bewoning voorkomt.
Waardplanten
De rupsen leven in groepen op grote brandnetel (Urtica dioica). De vrouwtjes zetten hun eieren af in clusters aan de onderzijde van brandnetelbladeren. De rupsen zijn zwart met witte stipjes en stekeltjes, en verpoppen zich later in een grijsgroene pop die vaak aan stengels of bladeren hangt.



