Paddenstoelen zijn eigenlijk maar het topje van de ijsberg in het schimmelrijk. Wat wij een paddenstoel noemen is slechts het vruchtlichaam van een schimmel. Zijn enige functie is zorgen voor het nageslacht. De rest van het organisme bevindt zich onder onze voeten als een uitgebreid netwerk van schimmeldraden: het mycelium of zwamvlok. Dit groeit en leeft het hele jaar door. Dit mycelium verteert organisch materiaal (zoals gevallen bladeren, takken of dode insecten) en haalt daar voedingsstoffen uit. Veel soorten schimmels leven in harmonie met planten en bomen: de zwamvlok levert water en mineralen aan de boomwortels, en krijgt in ruil suikers van de plant. Zolang de omstandigheden gunstig zijn, breidt de zwamvlok zich ongemerkt uit. Pas wanneer de schimmel zich wil voortplanten groeien paddenstoelen als “vruchten” uit de zwamvlok omhoog zodat de schimmel sporen kan verspreiden.
Ideale omstandigheden in de herfst
De reden dat we paddenstoelen vooral in de herfst massaal zien, heeft alles te maken met de ideale groeiomstandigheden in dat seizoen. In de vroege herfst is de bodem nog verwarmd door de zomer en heerst er een relatief milde temperatuur. Tegelijkertijd brengt de herfst meer neerslag met zich mee, waardoor de grond lekker vochtig is. Veel schimmels wachten eigenlijk de herfst af door volgende reden:
- Vocht: Herfstregen zorgt voor vochtige bodems, cruciaal omdat een paddenstoel zichzelf vol zuigt met water om te kunnen groeien. Bovendien bestaat een paddenstoel voor het grootste deel uit water en kan hij dus niet goed tegen droogte. De natte lucht en vochtige grond in de herfst helpen voorkomen dat jonge paddenstoelen uitdrogen.
- Temperatuur: De nazomer en herfst bieden gematigde temperaturen. Het is niet meer zo heet als in de zomer waardoor de kans op uitdroging kleiner wordt. Die milde warmte, plus de nog warme bodem, stimuleert de groei.
- Voedsel: In het najaar is er een overvloed aan organisch materiaal. Bomen laten hun bladeren vallen en planten sterven af. Dit vormt een buffet aan dood materiaal waar de zwamvlok van kan eten. De schimmel vindt in de herfst dus volop voedingsstoffen om vruchtlichamen te vormen.
- Licht en tijd: Daarnaast worden de dagen korter, wat voor sommige paddenstoelen een signaal is dat het tijd is om te gaan fruiten (te gaan “bloeien”). In de herfst krijgen schimmels door de openvallende bladeren ook meer diffuus licht op de bosbodem, wat bij bepaalde soorten de paddenstoelvorming kan bevorderen.
Regen: de groeiversneller van paddenstoelen
Een fikse regenbui in de herfst kan ervoor zorgen dat er binnen een paar dagen (soms zelfs binnen enkele uren!) overal paddenstoelen tevoorschijn schieten. Het geheim schuilt in de manier waarop paddenstoelen groeien. In het mycelium onder de grond liggen vaak al microscopisch kleine zwamknopjes te wachten. Dit zijn zogeheten primordia: kleine knotsvormige samenvoegingen van schimmeldraden (hyfen) die als embryo’s van paddenstoelen dienen. Zo’n primordium bevat in mini-formaat alle cellen die de paddenstoel later zal hebben.
Wanneer het na een regenval vochtig en mild genoeg is, begint het primordium water op te nemen uit het mycelium en zwelt op als een spons. Omdat er nauwelijks nieuwe cellen gevormd hoeven te worden en de bestaande cellen gewoon groter worden door wateropslag, kan de paddenstoel extreem snel groeien. Dit verklaart hoe het kan dat paddenstoelen bijna onmiddellijk na een regenbui verschijnen. Het hoge vochtgehalte geeft stevigheid aan de cellen en duwt de paddenstoel omhoog door de grond of het bladerdek.
Daarnaast hebben veel paddenstoelen een dun vliesje of hoedhuid die ze beschermt terwijl ze uit de grond komen. Deze buitenste membranen drogen echter snel uit. Regenval is dus essentieel: alleen als de omgeving vochtig genoeg is, droogt de baby-paddenstoel niet meteen uit en kan hij volledig openvouwen. Regen werkt als een groeiversneller én als beschermengel, doordat het zowel water levert voor de groei als een vochtig microklimaat schept waarin de tere vruchtlichamen niet verdorren.
Houtzwammen
Er zijn ook paddenstoelen die zich niet aan het klassieke herfstpatroon houden. Met name de zogenaamde houtzwammen vormen een uitzondering. Deze paddenstoelen hebben een meerjarig vruchtlichaam. In plaats van snel op te komen en weer te vergaan, bouwen ze jaar na jaar verder aan dezelfde zwam. Een goed voorbeeld is de Echte tonderzwam (Fomes fomentarius). Dit is een meerjarige houtzwam die als harde halve schijf aan boomstammen groeit. Tonderzwammen kun je het hele jaar door tegenkomen en ze worden elk jaar groter. Vaak zie je zelfs groeiringen op de hoed die aangeven hoeveel seizoenen de zwam al actief is.
Waarom werkt het bij deze houtige zwammen anders? Hun strategie is bijna tegenovergesteld aan die van “gewone” paddenstoelen. In plaats van snel een zacht vruchtlichaam te vormen dat maar kort meegaat, investeren houtzwammen energie in een taai, houtachtig lichaam dat langdurig blijft bestaan. Zo’n harde zwam kan droogte, vorst en andere barre omstandigheden weerstaan. De zwam hoeft dus niet te wachten op de herfstregen om vlug te verschijnen. Bij gunstig weer groeit hij een beetje verder aan de randen.
Houtzwammen verspreiden hun sporen vaak over een langere periode. Wanneer de omstandigheden even vochtig en mild zijn (voorjaar of najaar), laten ze hun sporen los. Het verschil is dus dat een houtzwam al aanwezig is en continu paraat staat, terwijl de meeste bos- en weidepaddenstoelen elk jaar opnieuw gevormd moeten worden en daarvoor specifiek de optimale herfstomstandigheden afwachten.
Paddenstoelen buiten de herfst
Hoewel de herfst de absolute toptijd is, kun je buiten de herfst ook paddenstoelen vinden. Sterker nog, in onze streken komen duizenden verschillende paddenstoelensoorten voor. Enkele vroege soorten, zoals de morielje, verschijnen in het voorjaar zodra het wat warmer en natter wordt. In de zomer kun je na heftige regenbuien ook wel paddenstoelen zien opduiken. Hartje winter is het aanbod het minst, omdat de kou de groei van de meeste schimmels afremt. Toch zijn er een paar winterharde paddenstoelen: het fluweelpootje (Flammulina velutipes) bijvoorbeeld, groeit midden in de winter en kan zelfs lichte vorst doorstaan door een soort natuurlijke antivries in zijn weefsel. Over het algemeen geldt echter dat de kans op paddenstoelen in de winter klein is.
De meeste paddenstoelen laten zich dus in de herfst zien, vooral na regenval, omdat dan alles klopt: de schimmel heeft genoeg water en voedsel. De temperatuur is gunstig en zijn verborgen mycelium krijgt het signaal dat het tijd is om vruchtlichamen te maken. Wanneer je in de herfst na een paar regenachtige dagen het bos in gaat, begrijp je nu waarom het daar zo’n paddenstoelenparadijs is. Dus trek eropuit na de regen en geniet van de fascinerende “bloemen van de herfst”!


Geef een reactie