Home » Soorten » Insecten » Cicaden » Schuimbeestje

Schuimbeestje

Philaenus spumarius

Beschrijving

Het schuimbeestje is waarschijnlijk de bekendste schuimcicade in onze streken, vooral omdat zijn nimfen leven in de typische schuimnestjes die we in de lente en vroege zomer vaak op grassen en kruidenstengels zien: de zogenaamde “koekoeksspog”. Het volwassen insect is 5 tot 7 millimeter groot en variabel van kleur: van geelbruin en grijs tot bijna zwart, vaak met een gemarmerd patroon op de vleugels.

De nimfen zuigen plantensappen en beschermen zich tegen uitdroging en vijanden door een schuimige massa van lucht en plantensappen rondom zich te produceren. Dit schuim is een herkenbaar beeld in weilanden, tuinen en bermen. Volwassen dieren zijn goede springers en kunnen zich bij verstoring bliksemsnel uit de voeten maken.

Habitat

Het schuimbeestje is zeer algemeen en komt voor in een breed scala aan habitats: graslanden, bermen, tuinen, akkers, heiden en bosranden. Omdat het niet kieskeurig is in zijn waardplanten, is de soort een echte kosmopoliet in ons landschap en bijna overal te vinden waar lage vegetatie aanwezig is.

Ecologie

Het schuimbeestje speelt een rol in de sapstroom van kruiden en grassen, maar veroorzaakt zelden noemenswaardige schade. Ecologisch is het vooral belangrijk als prooi voor vogels, roofinsecten en spinnen. De soort kreeg de laatste jaren extra aandacht omdat ze een vector kan zijn van de bacterie Xylella fastidiosa, een plantenziekte die in Zuid-Europa grote schade veroorzaakt aan olijfbomen en andere gewassen. In onze streken vormt dit momenteel geen groot probleem, maar het toont hoe zelfs een ogenschijnlijk onschuldig insect een rol kan spelen in bredere ecologische en landbouwkundige context.

Foto’s