Home » Soorten » Vogels » Zangvogels » Kramsvogel

Kramsvogel

Turdus pilaris

Beschrijving

De kramsvogel is een grote, krachtige lijster die je in de winter vaak in groepen ziet, meestal samen met koperwieken. Hij is gemakkelijk te herkennen dankzij zijn grijze kop en nek, die scherp contrasteren met de chocoladebruine rug en gele snavel met donkere punt. De borst is warm oranje-beige met duidelijke zwarte vlekken, terwijl de buik lichter is. In vlucht vallen vooral de lange staart en de donkere vleugelonderdelen op. Kramsvogels houden zich graag rechtop en alert, vaak in kleine trosjes op het gras of hoog in een struik. Hun roep is bijzonder kenmerkend: een krassend, ratelend “tsjak-tsjak-tsjak”, waarmee ze elkaar waarschuwen en roofdieren op afstand proberen te houden. Dankzij zijn stevige houding, contrastrijke kleuren en typische roep is de kramsvogel zelfs in gemengde lijstergroepen makkelijk te onderscheiden.

Habitat

De kramsvogel is bij ons vooral een wintergast en zoekt tijdens die periode open landschappen op waar voedsel in overvloed te vinden is. Je ziet hem vaak in weilanden, akkers, hoogstamboomgaarden en parken, waar hij op de grond foerageert naar wormen en larven. In het najaar vormen bessenstruiken zoals meidoorn, lijsterbes en hulst een belangrijke voedselbron, waardoor kramsvogels regelmatig in grote, luidruchtige groepen neerstrijken in struikrijke gebieden en bosranden. Ze slapen meestal in dichte struiken, naaldbossen of rietvelden die voldoende beschutting bieden. De soort beweegt veel en volgt het voedsel — daarom kan een groep kramsvogels een paar dagen in een gebied blijven hangen en dan plots weer verdwenen zijn. Hun voorkeur voor open terrein gecombineerd met veilige slaapplaatsen maakt ze een typische soort van winterse polders, valleien en landbouwgebieden.

Foto’s