Beschrijving
De zwartvlekdwergspanner is een kleine en fijn gebouwde nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae). Met een spanwijdte van ongeveer 18 tot 22 millimeter is hij vrij bescheiden van formaat. Zijn voorvleugels zijn overwegend lichtgrijs tot witachtig, versierd met onregelmatige donkere golflijnen en vooral een opvallende grote zwarte middenvlek, die de soort zijn Nederlandse naam bezorgt. De achtervleugels zijn veel bleker en dragen eveneens enkele donkere lijntjes. In rust vouwt de vlinder zijn vleugels dakvormig over het lichaam, waardoor hij goed opgaat in een lichte muur, boomstam of tussen droge plantenstengels.
De zwartvlekdwergspanner is ’s nachts actief en wordt sterk door licht aangetrokken, waardoor je hem met een lamp of lichtval makkelijk kunt waarnemen. Toch kan hij ook overdag worden verstoord en dan in korte, snelle vluchtjes opvliegen.

Habitat
De soort komt in Vlaanderen en Nederland vrij algemeen voor, vooral op plaatsen waar veel kruidachtige planten in graslanden, ruigten, bosranden en tuinen groeien. Ook wegbermen, akkers en bloemrijke dijken kunnen geschikte biotopen zijn. De zwartvlekdwergspanner houdt niet van kale, monotone landschappen, maar kiest voor gebieden met voldoende bloeiende kruiden en variatie.
Larve
De rupsen ontwikkelen zich in de zomer en na een aantal weken verpoppen ze zich, meestal in de strooisellaag of in losse aarde. De soort overwintert als pop en verschijnt in Vlaanderen doorgaans van mei tot september, soms in meerdere generaties per jaar.
Waardplanten
De rupsen van de zwartvlekdwergspanner zijn net als bij veel andere Eupithecia-soorten polyfaag, maar ze hebben een duidelijke voorkeur voor de bloemen van composieten. Vooral soorten als margriet, kamille, bijvoet en distel worden vaak gebruikt als voedselplant. De rupsen zijn groen tot bruinachtig en slank, waardoor ze tussen de bloemhoofden goed gecamoufleerd zijn.
