Home » Soorten » Vogels » Watervogels » Zomertaling

Zomertaling

Spatula querquedula

Beschrijving

De zomertaling is een kleine, gracieuze eend die in Vlaanderen als zomervogel voorkomt. Hij is wat kleiner en fijner gebouwd dan de wilde eend en straalt in het voorjaar een opvallende elegantie uit. Het mannetje in broedkleed is prachtig getekend: een kastanjebruine kop met een brede, helder witte boog die als een halve maan van het oog naar de nek loopt, contrasterend met de donkere kruin. Zijn flanken zijn blauwgrijs met fijne streepjes, terwijl de borst warmbruin kleurt. Het vrouwtje is veel discreter, bruin gevlekt en sterk gelijkend op een vrouwelijke wintertaling, maar met een meer uitgesproken lichte wenkbrauwstreep.

Tijdens de trek en in de broedtijd zie je de zomertaling in ondiepe plassen, moerassen, overstroomde graslanden en sloten. Hij houdt van rustige, natte gebieden met veel waterplanten, waar hij voedsel vindt zoals insectenlarven, slakjes, kreeftachtigen en plantaardig materiaal. In de lucht vliegt hij snel en wendbaar, met opvallende blauwachtige vleugelspiegels die in het zonlicht fel kunnen glanzen.

Habitat

De zomertaling is een uitgesproken zomervogel in Vlaanderen. Vanaf maart arriveren de eerste vogels uit hun overwinteringsgebieden in West- en Centraal-Afrika. Ze zoeken vooral ondiepe, rustige waterpartijen op: plasdrasweiden, overstromingsgebieden, visvijvers en brede sloten met veel oeverbegroeiing. Belangrijk voor de soort zijn ongestoorde zones met rijk waterleven, waar ze insecten, larven en kleine waterdiertjes kunnen vinden.

In Vlaanderen broedt de zomertaling slechts zeer schaars en onregelmatig, meestal in de natte graslanden en moerassen van de Scheldepolders en in reservaten zoals het Zwin of de Uitkerkse Polder. Het landschap moet open zijn, met lage vegetatie en een goede mengeling van water en oeverzones.

Nestgedrag

De zomertaling broedt in Vlaanderen nog maar sporadisch, al is hij vroeger een algemenere broedvogel geweest. Tegenwoordig zien we hem vooral in de lente en zomer als doortrekker of schaarse broedvogel in uitgestrekte moerassige gebieden en vochtige graslanden.

Het nest wordt door het vrouwtje gebouwd als een eenvoudig kuiltje in de vegetatie, vaak goed verborgen tussen gras of riet. Ze legt meestal 8 tot 11 eieren, die ze alleen bebroedt gedurende ongeveer drie weken. Het mannetje trekt vaak al snel weg naar rui- en rustgebieden, waardoor de zorg voor de kuikens volledig bij het vrouwtje ligt.

De jongen zijn nestvlieders en volgen hun moeder vrijwel direct na het uitkomen. Ze foerageren zelf op kleine insecten en larven in ondiep water en worden nog enkele weken begeleid tot ze na zo’n zes weken vliegvlug zijn.

In Vlaanderen arriveert de zomertaling doorgaans in maart-april, om te broeden op geschikte plekken in natte graslanden en moerasgebieden. Na de zomer trekken de meeste vogels terug naar hun overwinteringsgebieden in Afrika, waardoor de soort bij ons slechts een paar maanden per jaar zichtbaar is.

Foto’s