Home » Soorten » Vogels » Steltlopers » Zilverplevier

Zilverplevier

Pluvialis squatarola

Beschrijving

De zilverplevier is een forse plevier die je vooral langs de kust aantreft. In zomerkleed valt hij op door het scherpe contrast: een zwarte buik en borst, witte flanken en een opvallend zwart-wit gespikkelde rug en mantel. In winterkleed is hij veel soberder, met een grijs-wit verenkleed dat hem goed laat opgaan tegen slik en zand. Hij heeft een stevige, rechte snavel en donkere poten. In vlucht herken je de soort aan de witte vleugelstrepen en de witte stuit.

Habitat

Qua habitat zie je de zilverplevier vooral op slikplaten, kwelders, zandplaten en stranden, waar hij foerageert op wormen, kreeftachtigen en kleine schelpdieren. Tijdens de trek en in de winter verblijft hij langs de Europese kusten, vaak in gezelschap van bontbek- of kanoetstrandlopers.

Zijn broedgebied ligt ver van hier, in de toendra’s van Noord-Europa en Siberië. Daar broedt hij in juni en juli op open, droge plekken, met een eenvoudig nestkuiltje op de grond. Een legsel telt meestal drie à vier eieren, die beide ouders uitbroeden. De kuikens zijn nestvlieders en kunnen al snel zelf voedsel zoeken.

Nestgedrag

De zilverplevier broedt uitsluitend in de Arctische toendra van Noord-Europa en Siberië. Het broedseizoen valt er laat, van juni tot juli, zodra de sneeuw grotendeels verdwenen is. Het nest is een eenvoudig kuiltje op de grond, vaak op een open, droge plek tussen korstmossen of lage toendravegetatie.

Een legsel bestaat meestal uit drie tot vier eieren, die door beide ouders worden bebroed. De broedduur bedraagt ongeveer vier weken. De kuikens zijn nestvlieders: ze verlaten kort na het uitkomen het nest en zoeken zelf voedsel, maar worden nog wel beschermd door de ouders. Na zo’n 4 à 5 weken zijn de jongen vliegvlug en bereiden ze zich mee voor op de zuidwaartse trek.

Foto’s