Home » Soorten » Vogels » Meeuwen » Zilvermeeuw

Zilvermeeuw

Larus argentatus

Beschrijving

De zilvermeeuw is de grootste en misschien wel bekendste meeuw van onze kust. Met zijn forse postuur, stevige snavel en imposante vleugels is het een vogel die meteen indruk maakt. Volwassen vogels zijn wit met een lichtgrijze rug en vleugels, contrasterend met hun zwarte vleugeltoppen met witte “spiegels”. Hun krachtige, gele snavel draagt een opvallende rode vlek op de ondersnavel, een detail dat jongere meeuwen stimuleert om om voedsel te bedelen. De poten zijn vleeskleurig roze, wat hem onderscheidt van andere grote meeuwen zoals de geelpootmeeuw.

In vlucht toont de zilvermeeuw zijn brede vleugels en krachtige, rustige vleugelslagen, waarmee hij zowel elegant boven de branding zweeft als fel duikt naar voedsel. Het is een uitgesproken opportunist: hij eet vis en schelpdieren, maar ook afval, brood of zelfs jonge vogels en eieren. In havens en steden staat hij bekend als een brutaal alleseter, die zonder aarzelen voedsel uit handen van mensen kan roven.

De zilvermeeuw is in Vlaanderen een algemene broedvogel langs de kust, vooral in de duinen, havens en op eilandjes. Buiten het broedseizoen is hij overal langs de kust en op binnenwateren te vinden, vaak in groepen met andere meeuwen. Zijn luide, schorre roep, een klagend “kieaa!”, is onmiskenbaar en hoort bij de sfeer van zee en strand.

Hij is een vogel van tegenstrijdigheden: tegelijk elegant en luidruchtig, indrukwekkend en brutaal, een symbool van onze kustlijn maar ook vaak onderwerp van ergernis in steden.

Habitat

De zilvermeeuw is een uitgesproken kustvogel, maar zijn leefgebied is de laatste decennia sterk uitgebreid. Hij broedt vooral in de duinen, op daken in havengebieden en op eilanden of zandbanken langs de kust. Daar vindt hij de open, veilige plekken die hij nodig heeft voor zijn kolonies. Buiten het broedseizoen zie je hem overal waar water en voedsel te vinden zijn: langs stranden, in havens, op vuilnisbelten en zelfs diep in steden. Zijn vermogen om zich aan te passen en voedsel te vinden in zeer uiteenlopende omstandigheden maakt hem tot een van de meest succesvolle meeuwen in West-Europa.

Nestgedrag

De zilvermeeuw broedt in kolonies, die variëren van enkele tientallen tot duizenden paren. De nesten liggen meestal dicht bij elkaar, vaak op kale stukken grond, duinhellingen of platte daken. Het nest zelf is een forse hoop van gras, zeewier en ander plantaardig materiaal, die jaar na jaar verder wordt uitgebouwd.

Vanaf april legt het vrouwtje meestal 2 tot 3 eieren, die beide ouders bebroeden. Na ongeveer vier weken komen de kuikens uit. Ze zijn nestvlieders en kruipen al snel rond in de buurt van het nest, maar blijven sterk afhankelijk van hun ouders. Die voeren hen met vis, afval of ander voedsel dat ze uitbraken. Het bedelgedrag van de jongen: het pikken op de rode vlek van de snavel van de ouder, is een klassiek beeld dat vaak in natuurdocumentaires wordt getoond.

Na een zestal weken zijn de jongen vliegvlug, al blijven ze nog een tijdje in de kolonie rondhangen. De zilvermeeuw verdedigt zijn nest fel tegen indringers, en een kolonie vol krijsende, duikende vogels is een indrukwekkend schouwspel.

Foto’s