Beschrijving
De visarend is een grote, slanke roofvogel die onmiddellijk in het oog springt door zijn opvallende kleurcontrast. Zijn buik en borst zijn helder wit, terwijl de rug donkerbruin is. Over zijn kop loopt een donkere oogstreep die hem een felle, bijna maskerachtige blik geeft. In vlucht zie je zijn lange, smalle vleugels, vaak met een duidelijke knik, waardoor hij een heel ander silhouet heeft dan buizerds of arenden.
Zoals zijn naam al verklapt, is de visarend gespecialiseerd in één ding: vis vangen. Hij jaagt meestal boven meren, rivieren en kustgebieden, waar hij stil hangend in de lucht speurt naar vissen vlak onder het wateroppervlak. Zodra hij een prooi ziet, maakt hij een spectaculaire duikvlucht: met gestrekte klauwen plonst hij in het water, grijpt zijn buit stevig vast met zijn scherpe klauwen en stijgt weer op, vaak met een spartelende vis dwars onder zijn lijf. Zijn poten zijn hiervoor speciaal aangepast: met ruwe zoolknobbels en een beweegbare teen waarmee hij vissen stevig kan vastklemmen.
De visarend is in Vlaanderen vooral een doortrekker, die in het voorjaar en najaar kan worden gezien wanneer hij onderweg is naar of van zijn broedgebieden in Noord- en Oost-Europa. In de zomer broedt hij hier nog niet, al zijn er in de buurlanden al succesvolle broedpogingen geweest. In de herfst en lente zijn onze rivieren, vijvers en meren ideale tussenstops, waar je hem met wat geluk kunt zien vissen.
Zijn verschijning is altijd spectaculair: een grote roofvogel die niet achter vogels of muizen aanzit, maar zich met volle kracht in het water stort om een glinsterende vis te grijpen.

Habitat
De visarend leeft in de nabijheid van grote, visrijke wateren: meren, rivieren, estuaria en kustgebieden. Daar vindt hij zijn belangrijkste voedselbron, vissen die dicht onder het wateroppervlak zwemmen. Hij kiest landschappen die open genoeg zijn om te jagen en waar hij vrij zicht heeft om duikvluchten te maken. Tijdens de trek door Vlaanderen zie je hem vaak bij grote plassen, stuwmeren of grindgaten, waar hij tijdelijk neerstrijkt om zijn energie aan te vullen.
Nestgedrag
De visarend is een zomervogel die broedt in Noord- en Oost-Europa, maar ook in sommige delen van Midden- en Zuid-Europa. In Vlaanderen is hij nog geen broedvogel, al wordt er met nestplatforms geprobeerd hem terug als broedsoort te verwelkomen.
Zijn nest is een indrukwekkende constructie van grote takken, vaak bovenop een hoge boom, een paal of zelfs op speciaal geplaatste platforms. Jaar na jaar wordt het nest verder uitgebouwd en kan het enorme afmetingen aannemen.
Vanaf april legt het vrouwtje meestal 2 tot 3 eieren, die ze samen met het mannetje uitbroedt. Het vrouwtje zit het meest op de eieren, terwijl het mannetje vis aanbrengt. Na zo’n 5 weken komen de kuikens uit: kleine, kwetsbare kuikens die volledig afhankelijk zijn van een constante aanvoer van verse vis. Beide ouders werken samen om hen groot te brengen.
Na ongeveer 7 à 8 weken maken de jongen hun eerste vluchten boven het nest. Vaak oefenen ze eerst met korte rondjes, maar al snel leren ze zelf vissen te vangen. De ouders begeleiden hen nog een tijdje, tot de jonge visarenden in augustus-september zelfstandig genoeg zijn om de lange reis naar hun overwinteringsgebieden in Afrika te maken.

