Home » Soorten » Vogels » Uilen » Velduil

Velduil

Asio flammeus

Beschrijving

De velduil is een mysterieuze uil die je vooral in open landschappen aantreft. In tegenstelling tot veel andere uilen is hij vaak overdag actief, vooral in de schemering, wanneer hij laag boven graslanden en akkers jaagt op muizen. Zijn vlucht is licht en golvend, bijna als die van een grote vlinder, waarbij hij regelmatig korte zweefmomenten inlast.

Qua uiterlijk is de velduil middelgroot, met een ronde kop zonder oorpluimen. Zijn ogen zijn felgeel en omringd door een donkere oogring, waardoor zijn blik opvallend fel en contrastrijk is. Het verenkleed is geelbruin met donkere vlekken en strepen, wat hem uitstekende camouflage geeft in gras en struiken. In vlucht vallen de brede vleugels op, met donkere uiteinden en een lichtere onderzijde.

De velduil broedt vooral in noordelijke streken, maar in Vlaanderen is hij bekend als trekvogel en wintergast. Vanaf oktober tot maart kun je hem zien in polders, heidevelden en uitgestrekte akkers. Af en toe broedt hij ook bij ons, in rustige, open gebieden met hoge vegetatie, maar dat gebeurt slechts sporadisch.

Zijn aanwezigheid is vaak verrassend: terwijl de meeste uilen onzichtbaar blijven in de nacht, jaagt de velduil zichtbaar in het daglicht, laag wiegend boven de velden. Daarmee is hij een van de meest fascinerende en toegankelijke uilen van ons landschap.

Habitat

De velduil is een echte vogel van open landschappen. Hij houdt van uitgestrekte graslanden, polders, duinen, heidevelden en akkergebieden waar hij muizen kan jagen. Rust en overzicht zijn belangrijk: hij vermijdt dichte bossen en bebouwde gebieden, maar voelt zich thuis in winderige, kale vlaktes waar weinig verstoring is.

In Vlaanderen is de velduil vooral een trek- en wintergast. Tijdens de herfst en winter strijkt hij neer in kustpolders, uitgestrekte akkers en natuurgebieden met hoog gras. Af en toe broedt hij ook in ons land, maar dat blijft uitzonderlijk. Zijn vaste broedgebieden liggen noordelijker, in Scandinavië, Schotland en op de toendra’s.

Nestgedrag

De velduil bouwt geen nest in bomen zoals veel andere uilen, maar kiest voor een plek op de grond in hoog gras, heide of veen. Het vrouwtje drukt een kuiltje uit in de vegetatie en bekleedt dit eenvoudig met wat gras of mos.

De broedtijd begint in de noordelijke gebieden rond mei-juni, afhankelijk van de muizenstand. In goede muizenjaren kan de soort massaal tot broeden komen, terwijl in arme jaren veel paren overslaan. Het vrouwtje legt meestal 4 tot 7 eieren, die zij alleen bebroedt. Het mannetje zorgt in die tijd voor voedsel en voert spectaculaire baltsvluchten uit: hoog opstijgen, wieken klappen en luid roepend duikvluchten maken.

Na ongeveer vier weken komen de kuikens uit. Ze verlaten het nest al snel en verspreiden zich in de vegetatie, waar ze door hun schutkleur bijna onzichtbaar zijn. De ouders voeren hen met muizen en kleine vogels, die ze in stukjes aanbieden. Na drie tot vier weken kunnen de jongen korte stukjes vliegen en na vijf weken zijn ze volledig vliegvlug.

De velduil is dus een uil van het open land, die met zijn dagactieve jacht en broeden op de grond sterk afwijkt van de klassieke “bosuilen”. Zijn aanwezigheid in de Vlaamse winterpolders blijft een spectaculair en bijzonder natuurmoment.

Foto’s