Beschrijving
De tronkenbij is een kleine, solitaire bij uit de familie Megachilidae. Ze komt voor in grote delen van Europa, waaronder Vlaanderen, en wordt vaak over het hoofd gezien door haar geringe grootte en onopvallende gedrag.
Deze bij is duidelijk kleiner dan veel andere behangersbijen en meet ongeveer 6 tot 8 mm. Het lichaam is compact, donker tot zwart van kleur en weinig behaard. In tegenstelling tot veel andere bijen verzamelt het vrouwtje stuifmeel niet met een duidelijke pollenborstel op het achterlijf, maar vooral aan de buikzijde, wat typisch is voor Megachilidae.
De tronkenbij dankt haar naam aan haar voorkeur voor nestplaatsen in dood hout. Ze gebruikt bestaande holtes zoals kevergangen in boomstronken, oude palen, houtwallen of soms ook bijenhotels met zeer kleine boorgaten. De nesten bestaan uit meerdere cellen die van elkaar gescheiden worden door dunne wandjes van hars en zand. Deze hars wordt door het vrouwtje actief verzameld en vormt een stevige bescherming voor het broed.
Elke broedcel wordt voorzien van een mengsel van nectar en pollen, waarna een eitje wordt afgelegd en de cel zorgvuldig wordt afgesloten. Na het uitkomen ontwikkelt de larve zich volledig in de nestgang en overwintert daar meestal als pop.
De tronkenbij vliegt vooral van juni tot augustus en bezoekt bloemen met gemakkelijk toegankelijke nectar. Ze wordt vaak gezien op composieten zoals boerenwormkruid en kamille, maar ook op andere open bloemen. Door haar bloembezoek draagt ze bij aan de bestuiving van wilde planten, vooral in structuurrijke, zonnige habitats met voldoende dood hout.
De aanwezigheid van tronkenbijen is sterk verbonden met het behoud van dood hout in tuinen, parken en natuurgebieden. Het laten liggen van oude stammen en het aanbieden van geschikte nestgelegenheid helpt deze soort en vele andere solitaire bijen.



