Beschrijving
De stipjesbladroller is een middelgrote bladroller (Tortricidae) die met zijn warme kleuren en fijne tekening meteen opvalt. Hij heeft een spanwijdte van 18 tot 24 millimeter. De voorvleugels zijn geelachtig oranjebruin, bezaaid met talloze kleine donkere stipjes die de soort zijn Nederlandse naam geven. Daarnaast lopen er vaak vage, gebogen dwarslijnen over de vleugel. De achtervleugels zijn lichter bruin en eenvoudiger van patroon. In rust houdt de vlinder zijn vleugels dakvormig tegen het lichaam gevouwen, zoals typisch is voor bladrollers, waardoor hij een driehoekige, compacte vorm krijgt.
De stipjesbladroller vliegt in één generatie per jaar, vooral in de maanden juni en juli. Hij is actief in de schemering en nacht en wordt daarbij sterk aangetrokken door licht. Overdag rust hij vaak goed verborgen tegen boomschors of tussen bladeren.

Habitat
Deze soort is sterk gebonden aan naaldbossen en naaldhoutaanplantingen, want de rupsen leven uitsluitend op naaldbomen. Vooral den (Pinus) is de belangrijkste waardplant, maar soms worden ook sparren gebruikt. In Vlaanderen en Nederland komt de stipjesbladroller voor op zandgronden met uitgestrekte dennenbossen, maar hij ontbreekt grotendeels in gebieden zonder naaldhout.
Larve
De rupsen zijn groenachtig van kleur en leven in samengesponnen naalden of jonge scheuten van dennen. Ze vreten aan de naalden en kunnen jonge boompjes tijdelijk ontsieren, maar veroorzaken meestal geen grote schade. De verpopping vindt plaats in een spinsel tussen de naalden of in de strooisellaag onder de boom.
De soort overwintert als jonge rups, die in het voorjaar opnieuw actief wordt zodra de temperaturen stijgen en de naalden weer beginnen te groeien. In juni verschijnen de eerste vlinders van het nieuwe seizoen.
