Beschrijving
De steenuil is de kleinste uil van Vlaanderen, maar ondanks zijn formaat een opvallende verschijning. Hij is compact en gedrongen, met een platte kop, gele ogen en een streng ogende blik die hem vaak een stuurs uiterlijk geeft. Zijn verenkleed is bruin met witte vlekken, waardoor hij goed camoufleert tegen boomstammen en oude muren. In de vlucht vallen zijn korte, afgeronde vleugels en snelle, golvende vleugelslagen op.
De steenuil is een bewoner van kleinschalige landschappen: boomgaarden, knotwilgenrijen, houtkanten, erven en boerderijen. Hij houdt van open graslanden om te jagen, afgewisseld met bomen en gebouwen waar hij schuilplaatsen en nestgelegenheid vindt. Overdag zit hij vaak op een paaltje of in een knotwilg, alert turend naar muizen, insecten en regenwormen, die het grootste deel van zijn menu uitmaken.
Zijn roep is kort maar herkenbaar: een scherp “kiew” of klaaglijk “hoe-wiet”, vaak in de schemering te horen. Ondanks zijn kleine formaat is de steenuil een felle vogel, die zijn territorium luidkeels verdedigt en zonder aarzeling grotere vogels aanvalt.
In Vlaanderen is de steenuil een standvogel, het hele jaar aanwezig, maar hij is sterk gebonden aan kleinschalige landbouwlandschappen en oude bomen. Daardoor is zijn verspreiding in de laatste decennia achteruitgegaan, al blijft hij op veel plekken een vertrouwde bewoner van boerendorpen en landelijke erven.
De steenuil is daarmee een vogel vol karakter: klein maar fel, schijnbaar nors maar tegelijk innemend, en altijd een bijzondere ontdekking in het Vlaamse platteland.

Habitat
De steenuil is sterk gebonden aan kleinschalige cultuurlandschappen. Hij voelt zich het meest thuis in gebieden waar open weilanden en akkers worden afgewisseld met knotwilgen, houtkanten, boomgaarden en oude gebouwen. Belangrijk is dat er voldoende open ruimte is om te jagen op muizen, insecten en wormen, maar ook genoeg schuilplaatsen in bomen, schuurtjes of muren. Anders dan veel andere uilen jaagt de steenuil niet uitsluitend ’s nachts: hij is ook vaak overdag actief, vooral in de schemering, wanneer hij zichtbaar vanaf paaltjes of lage takken naar prooi speurt.
Nestgedrag
De steenuil broedt in holen en spleten: oude spechtennesten, holtes in knotwilgen of fruitbomen, scheuren in gebouwen, maar ook nestkasten worden graag gebruikt. Het nest wordt nauwelijks bekleed, vaak bestaat het enkel uit wat los materiaal dat al aanwezig is in de holte.
De broedtijd begint in april-mei. Het vrouwtje legt meestal 3 tot 5 eieren, die zij alleen bebroedt. Het mannetje voorziet haar intussen van voedsel. Na ongeveer vier weken komen de kuikens uit.
De jongen blijven aanvankelijk in de nestholte, maar kruipen na een paar weken al naar de ingang en kijken nieuwsgierig naar buiten. Vanaf drie tot vier weken doen ze hun eerste voorzichtige vluchten, maar blijven ze nog lange tijd afhankelijk van hun ouders. De jongen bedelen luidruchtig met piepende roepjes, die vaak al van ver te horen zijn.
De steenuil verdedigt zijn nest fel, ondanks zijn kleine formaat. Zijn felle aanvallen en harde alarmroepen maken duidelijk dat dit een uil is die zich niet laat onderschatten.


