Beschrijving
De sombere honingzwam is een middelgrote tot forse plaatjeszwam met een hoed van 5 tot 15 cm breed. De kleur varieert van geelbruin tot donkerbruin, vaak met donkere schubjes op het hoedoppervlak, vooral in het midden. De hoedrand is bij jonge exemplaren ingerold en kan later wat golvend worden.
De lamellen zijn aanvankelijk wit tot crème, later iets gelig, en staan dicht opeen. De steel is stevig, tot 15 cm lang, meestal bruinachtig en vaak voorzien van een duidelijke ring. Onder de bast van aangetaste bomen zijn vaak zwarte, strengvormige schimmeldraden zichtbaar (rhizomorfen), die kenmerkend zijn voor het geslacht Armillaria.

Habitat
De sombere honingzwam is een parasiet én saprofyt. Hij tast zowel loof- als naaldbomen aan, waarbij hij zich voedt met levend hout, maar ook dood hout koloniseert. De soort komt voor in bossen, parken en tuinen, vaak op boomwortels, stronken en stobben. De vruchtlichamen verschijnen in dichte bundels van september tot november.
Ecologie
Armillaria ostoyae is ecologisch belangrijk, maar soms ook schadelijk. Als parasiet kan hij bomen verzwakken en zelfs hele bospercelen aantasten, doordat zijn rhizomorfen zich door de bodem verspreiden en nieuwe bomen infecteren. Tegelijkertijd is hij ook een afbreker van dood hout, waardoor hij een rol speelt in de kringloop van voedingsstoffen.
De soort is niet eetbaar: hoewel sommige honingzwammen eetbaar zijn na koken, wordt de sombere honingzwam afgeraden omdat hij maag- en darmklachten kan veroorzaken.

