Beschrijving
De sneeuwwitte vedermot is een bijzonder elegante nachtvlinder uit de familie van de vedermotten (Pterophoridae). Met zijn fijne, sneeuwwitte vleugels lijkt hij haast op een minuscuul veertje dat op de wind meedrijft. De voorvleugels zijn diep ingesneden en in vijf smalle slippen verdeeld, wat hem zijn karakteristieke “vederachtige” uiterlijk geeft en de naam pentadactyla verklaart – letterlijk “vijfvingerig”. Zijn spanwijdte bedraagt ongeveer 24 tot 35 millimeter, waarmee hij een van de grotere vedermotten is. In vlucht lijkt hij een wit vlokje dat op lichte avonden sierlijk door de lucht zweeft.

Habitat
De sneeuwwitte vedermot is in Vlaanderen vrij algemeen en komt voor in graslanden, wegbermen, parken, tuinen, dijken en randen van bossen. Hij houdt van open of halfopen biotopen waar klaverzuring (o.a. *Kleine vingerhoedskruidachtige en andere klaverzuring-soorten, Oxalis), maar ook weegbree (Plantago) of andere lage planten aanwezig zijn. Vaak zie je hem in tuinen of op weides waar bloemen rijkelijk bloeien. Hij vliegt in de schemering en ’s nachts, maar wordt ook overdag soms waargenomen als een wit vlokje dat snel opwaait uit het gras.
Larve
De rupsen zijn meestal groenachtig van kleur, fijn behaard en vallen daardoor goed weg tegen de bladeren waarop ze leven. Ze voeden zich hoofdzakelijk met klaverzuring en soms ook andere kruidachtige planten. In het blad vreten ze kleine gaatjes of randjes weg.
De soort kent in Vlaanderen meestal twee generaties per jaar, met vlinders in de periode van mei tot augustus. De rupsen kunnen in de late herfst als pop overwinteren, om in de zomer weer een nieuwe generatie vlinders te leveren.
