Beschrijving
De scholekster is een forse, opvallende steltloper die je meteen herkent aan zijn zwart-witte verenkleed en feloranje snavel en poten. Zijn snavel is lang, recht en stevig, speciaal gemaakt om schelpdieren open te wrikken of wormen uit de grond te trekken. Zijn ogen zijn felrood omrand, wat hem een alerte, bijna streng kijkende uitdrukking geeft.
Langs de kust is de scholekster een vertrouwde verschijning: luid roepend vliegt hij in groepen over het strand of foerageert hij op slikken en zandplaten, waar hij kokkels, mosselen en andere schelpdieren loswurmt. Zijn luide “piiiet!” is onmiskenbaar en vaak al van ver te horen. Maar ook in het binnenland zie je hem geregeld, waar hij op akkers en weilanden regenwormen en insecten zoekt.
De scholekster is een standvogel in Vlaanderen, al trekken sommige vogels in de winter zuidwaarts. Hij vormt dan vaak grote groepen die gezamenlijk op zoek gaan naar voedsel langs de kust of in polders. Zijn zwart-witte verschijning, gecombineerd met zijn luide roep en bedrijvige gedrag, maakt hem tot een van de meest herkenbare en geliefde vogels van onze kustlijn.

Habitat
De scholekster is sterk verbonden met kustgebieden, waar hij leeft op stranden, slikken, schorren en zandbanken. Daar vindt hij zijn belangrijkste voedsel: mosselen, kokkels, scheermessen en andere schelpdieren, die hij met zijn krachtige snavel openbreekt. Maar hij is flexibel en past zich goed aan. In het binnenland broedt en foerageert hij op akkers, weilanden en graslanden, waar hij vooral regenwormen en insecten vangt. Deze veelzijdigheid maakt hem zowel een vogel van de zee als van het boerenland.
Nestgedrag
De scholekster bouwt een zeer eenvoudig nest: een kuiltje in de grond, vaak op een open plek op een strand, zandbank of in een akker. Soms is het nest nauwelijks meer dan een kleine depressie, bekleed met wat schelpen of steentjes. Zijn gespikkelde eieren vallen bijna volledig weg tegen de bodem, waardoor ze perfect gecamoufleerd zijn.
Vanaf april legt het vrouwtje meestal 2 tot 4 eieren. Beide ouders broeden en verdedigen hun nest fel. Ze zijn berucht om hun luidruchtige en vasthoudende alarmroepen: een kolonie scholeksters laat het hele gebied weerklinken als er gevaar dreigt, en met luid gekrijs en schijnaanvallen jagen ze indringers weg.
Na ongeveer vier weken komen de kuikens uit. Het zijn nestvlieders die al snel rondlopen en zelf voedsel zoeken, maar nog wekenlang door de ouders begeleid en beschermd worden. Hun bedelroepjes en de onafgebroken waakzaamheid van de ouders maken het broedseizoen tot een levendig, luidruchtig schouwspel langs de kust of in open akkerland.
De scholekster is daarmee een vogel die eenvoud en kracht verenigt: een simpele nestplek, maar met onverzettelijke waakzaamheid en een felle roep die de open landschappen van Vlaanderen kleur en geluid geeft.


