Beschrijving
Het Roodbuikje (Andrena ventralis) is een middelgrote solitaire bij uit de familie van de zandbijen. De soort dankt haar Nederlandse naam aan de opvallend roodbruine beharing aan de onderzijde van het achterlijf van het vrouwtje. Hoewel ze lokaal vrij talrijk kan zijn, is het een soort die vooral voorkomt in geschikte, bloemrijke bosranden en halfopen landschappen.
Ze heeft een lichaamslengte van ongeveer 10 tot 13 mm.
Kenmerkende eigenschappen zijn:
- donkerbruin tot zwart lichaam
- dicht behaard borststuk
- roodbruine tot roestkleurige beharing aan de onderzijde van het achterlijf bij het vrouwtje
- lichte haarbandjes op de achterlijfssegmenten
- relatief brede kop met donkere antennen
Het mannetje is slanker, lichter behaard en mist de opvallende buikschuier waarmee het vrouwtje stuifmeel verzamelt.

Ecologie
Door haar voorkeur voor schermbloemigen is het Roodbuikje een belangrijke bestuiver van deze plantengroep. De soort is bovendien een goede indicator voor bloemrijke, extensief beheerde landschappen met voldoende open bodem om in te nestelen.
Net als andere zandbijen kan het Roodbuikje doelwit zijn van koekoeksbijen, die hun eieren in de nesten van de gastheer leggen.
Verspreiding
De soort komt voor in een groot deel van Europa, maar heeft een vrij versnipperde verspreiding. In België is het Roodbuikje lokaal aanwezig, vooral waar voldoende voedselplanten en geschikte nestplaatsen voorkomen.
Typische leefgebieden zijn:
- bloemrijke bosranden
- houtkanten
- oude boomgaarden
- kruidenrijke graslanden
- parken en grotere tuinen
Larve
Zoals alle zandbijen leeft het Roodbuikje solitair. Elk vrouwtje graaft haar eigen nest in de bodem, meestal op:
- zonnige, schaars begroeide plekken;
- lichte zand- of leemgrond;
- taluds;
- open plekjes langs paden of bosranden.
Vanuit een verticale gang worden meerdere broedcellen aangelegd. Elke cel krijgt een voorraad nectar en stuifmeel, waarna één ei wordt gelegd en de cel zorgvuldig wordt afgesloten.
Hoewel ieder vrouwtje zelfstandig leeft, kunnen geschikte nestplaatsen door tientallen dieren tegelijk worden gebruikt, waardoor kleine nestaggregaties ontstaan.


