Home » Soorten » Vogels » Roofvogels » Rode wouw

Rode wouw

Milvus milvus

Beschrijving

De rode wouw is een van de meest elegante roofvogels van Europa, gemakkelijk te herkennen aan zijn opvallend gevorkte staart en de sierlijke manier waarop hij daarmee stuurt. Zijn verenkleed is warm roodbruin met een lichtgrijze kop en contrasterende zwarte vleugelpunten. In vlucht toont hij brede, maar toch sierlijk gebogen vleugels en maakt hij voortdurend kleine correcties met zijn staart, alsof hij zweeft op de wind met nauwelijks een vleugelslag.

Zijn voedselkeuze is net zo veelzijdig als zijn vluchtstijl. De rode wouw jaagt op kleine zoogdieren, vogels en aas, maar schuwt ook regenwormen of afval niet. Vaak zie je hem rustig cirkelen boven het landschap, zoekend naar iets eetbaars, waarbij zijn roep een helder, klagend “piiëèh” soms over de velden klinkt.

In Vlaanderen is de rode wouw vooral een doortrekker en wintergast, maar in Wallonië is hij een broedvogel, en de laatste jaren broedt hij ook weer sporadisch in Vlaanderen, vooral in de meer rustige, bosrijke gebieden. Tijdens de trekperiodes in voorjaar en najaar kun je hem met wat geluk zien zweven boven open landschappen, vaak samen met buizerds of andere roofvogels.

De rode wouw is een vogel die gratie en kracht verenigt. Waar hij verschijnt, trekt hij meteen de aandacht met zijn elegante silhouet en zijn kenmerkende staart die voortdurend beweegt als een roer in de lucht.

Habitat

De rode wouw houdt van halfopen landschappen waar bossen en open velden elkaar afwisselen. Hij kiest bossen vooral als broedplek en uitvalsbasis, terwijl hij voor zijn jacht liever uitgestrekte akkers, weilanden en weiden gebruikt. Je ziet hem vaak zweven boven glooiende landschappen, waar hij met zijn gevorkte staart behendig elke luchtstroom benut. Rust en uitgestrektheid zijn belangrijk: de rode wouw vermijdt drukke stedelijke omgevingen en blijft trouw aan landschappen waar hij ongehinderd kan zweven en jagen.

In Vlaanderen is hij nog zeldzaam als broedvogel, maar vooral tijdens de trek en in de winter kun je hem aantreffen in polders en open landbouwgebieden. In Wallonië is hij algemener, waar de combinatie van bos en open land ideaal is.

Nestgedrag

De rode wouw bouwt zijn nest in bomen, meestal in de rand van een bos of in een solitaire boom die uitkijkt over open terrein. Het nest is een fors bouwwerk van takken, vaak aangevuld met papier, plastic of ander opvallend materiaal. Iets was specifiek is aan de soort.

Vanaf april legt het vrouwtje meestal 2 tot 3 eieren. Beide ouders nemen het broeden op zich, al doet het vrouwtje het grootste deel. Na ongeveer vier weken komen de kuikens uit, kleine donsbolletjes die intensief door beide ouders worden gevoerd met kleine prooien en stukken vlees.

De jongen groeien snel en na zes tot zeven weken verlaten ze het nest. Vaak zie je ze nog een tijd rond het nestgebied, luid roepend om voedsel en stuntelend vliegend, voordat ze volledig zelfstandig worden.

Het beeld van een rode wouw die boven een golvend landschap cirkelt, zijn gevorkte staart wiegend als een roer, is een van de meest majestueuze verschijningen van het Europese platteland.

Foto’s