Home » Soorten » Vogels » Watervogels » Pijlstaart

Pijlstaart

Anas acuta

Beschrijving

De pijlstaart is een slanke, elegante eend die zijn naam dankt aan zijn lange, spits toelopende staartveren, die vooral bij het mannetje duidelijk zichtbaar zijn. In broedkleed is het mannetje bijzonder fraai: een chocoladebruine kop met een witte halsstreep die sierlijk doorloopt tot in de borst, een grijs lichaam met fijne tekening en die kenmerkende lange, donkere staart. Zijn snavel is blauwgrijs en zijn houding is altijd statig en gestrekt, waardoor hij een bijna aristocratische indruk maakt. Het vrouwtje is soberder, bruin met fijne tekening en een iets spitsere, elegantere bouw dan bij veel andere eenden.

De pijlstaart is een trekvogel in Vlaanderen. Tijdens de herfst en winter zie je hem in groepen op grote plassen, rivieren, uiterwaarden en kustgebieden, vaak gemengd met andere eenden. Hij foerageert door te grondelen en graast daarnaast ook graag op graslanden, wat hem onderscheidt van veel andere eenden die vooral in het water blijven. Zijn vlucht is snel en sierlijk, met spitse vleugels die hem moeiteloos door de lucht dragen.

Zijn aanwezigheid in de wintermaanden geeft onze wetlands een vleugje elegantie: een slanke, gestroomlijnde eend die met zijn lange staart en statige houding een van de meest gracieuze watervogels van onze streken is.

Habitat

De pijlstaart houdt van open, waterrijke landschappen met veel ruimte en overzicht. Tijdens de trek en in de winter zie je hem in Vlaanderen vooral op grote plassen, uiterwaarden, moerassen en kustgebieden zoals slikken en schorren. Hij graast daarnaast ook graag op omliggende graslanden en akkers, waardoor je hem soms tussen andere ganzen en eenden op het land kunt zien foerageren.

In de broedtijd kiest de pijlstaart voor open moerassen, toendra’s en vochtige graslanden met lage vegetatie. Hij mijdt dichte begroeiing en bosrijke gebieden: rust, overzicht en nabijheid van water zijn cruciaal.

Nestgedrag

Het nest van de pijlstaart ligt goed verborgen in lage vegetatie, meestal op de grond in graslanden of rietkragen vlak bij water. Het vrouwtje maakt een eenvoudige kom van gras en planten, bekleed met dons.

De broedtijd start in mei-juni. Het vrouwtje legt doorgaans 7 tot 9 eieren, die zij alleen bebroedt. Het mannetje blijft in de buurt tijdens de eerste fase, maar neemt geen deel aan het broeden. Na ongeveer drie weken komen de kuikens uit.

De jongen zijn nestvlieders: vrijwel meteen lopen en zwemmen ze zelfstandig rond, begeleid door hun moeder. Ze zoeken zelf voedsel zoals insecten en kleine waterdiertjes, maar blijven sterk afhankelijk van haar bescherming. Na zes tot zeven weken zijn ze vliegvlug.

In Vlaanderen worden maar heel zelden broedpogingen gedaan, waardoor de pijlstaart vooral bekendstaat als een elegante wintergast. Zijn broedgedrag speelt zich dus voornamelijk af in noordelijker streken, maar zijn jaarlijkse aanwezigheid hier blijft een bijzonder wintertafereel.

Foto’s