Beschrijving
De pestvogel is bijna niet te missen: een middelgrote, plompe zangvogel met een opvallend kuifje, zachte beige-roze tinten en een zwarte gezichtsmasker dat als een strakke band over de ogen loopt. De borst en buik zijn warm beige, terwijl de vleugels meer contrast tonen met zwarte, witte en felgele accenten. Opvallend zijn de wasachtige rode ‘zegel’-puntjes op de vleugelveren – alsof iemand kleine rode lakdruppels op de toppen heeft gezet. De staart eindigt met een brede gele band. In vlucht oogt de pestvogel compact, met ronde vleugels en een korte, afgeronde staart. Dankzij de combinatie van kuif, masker en kleurrijke vleugeldetails is verwarring met andere soorten eigenlijk uitgesloten.

Habitat
In Vlaanderen duikt de pestvogel vooral op tijdens de wintermaanden, meestal van november tot maart. Hij broedt niet bij ons, maar komt uit de uitgestrekte taigagebieden van Noord- en Oost-Europa. Tijdens invasiejaren (wanneer voedsel in het noorden schaars is) kunnen er plots opvallend veel pestvogels verschijnen. Ze houden van parken, tuinen, bermen en open stukken met bessenstruiken. Vooral plekken met lijsterbessen, meidoorn en vuurdoorn trekken ze sterk aan. Je vindt ze vaak in kleine troepen die zich snel verplaatsen van struik naar struik, altijd op zoek naar rijpe bessen. Dankzij hun voorkeur voor stedelijke beplanting kan je ze zelfs in woonwijken of stadsparken tegenkomen wanneer het aanbod aan bessen groot genoeg is.


