Home » Soorten » Insecten » Vlinders » Dagvlinders » Oranjetipje

Oranjetipje

Anthocharis cardamines

Beschrijving

Het Oranjetipje (Anthocharis cardamines) is een van de meest geliefde voorjaarsvlinders van Europa. Deze dagvlinder uit de familie van de Witjes kondigt samen met de eerste bloeiende pinksterbloemen de lente aan. Vooral het mannetje is gemakkelijk te herkennen aan de feloranje vleugelpunten, terwijl de prachtig groen gemarmerde onderzijde van beide geslachten voor een uitstekende camouflage zorgt.

Ze heeft een spanwijdte van ongeveer 40 tot 50 mm.

Kenmerkende eigenschappen zijn:

  • het mannetje heeft opvallende feloranje vleugelpunten op de voorvleugels;
  • het vrouwtje mist deze oranje kleur en heeft volledig witte voorvleugels met een donkere vleugelpunt;
  • beide geslachten hebben een wit lichaam met donkere vleugelpunten;
  • de onderzijde van de achtervleugels is groen gemarmerd, waardoor de vlinder tussen bloemen en bladeren bijna onzichtbaar wordt.

Het vrouwtje wordt soms verward met andere witjes, maar de groen gevlekte onderzijde is een betrouwbaar herkenningskenmerk.

Oranjetipje

Ecologie

Het Oranjetipje is een belangrijke bestuiver van voorjaarsbloeiende planten. Daarnaast vormt het een karakteristieke soort van bloemrijke graslanden en vochtige bermen. De aanwezigheid van pinksterbloem en andere wilde kruisbloemigen is essentieel voor een gezonde populatie.

Verspreiding

Het Oranjetipje komt voor in vrijwel heel Europa en delen van West-Azië. In België en Nederland is het een algemene en wijdverspreide soort.

Typische leefgebieden zijn:

  • bloemrijke graslanden;
  • bosranden;
  • houtkanten;
  • vochtige weilanden;
  • parken;
  • tuinen;
  • natuurgebieden met veel kruisbloemigen.

Larve

De rupsen leven uitsluitend op planten uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Belangrijke waardplanten zijn onder andere:

  • pinksterbloem (Cardamine pratensis);
  • look-zonder-look (Alliaria petiolata);
  • judaspenning;
  • andere wilde kruisbloemigen.

Het vrouwtje legt meestal slechts één ei per plant, waardoor de rupsen voldoende voedsel hebben en concurrentie tussen soortgenoten wordt beperkt. De jonge rupsen eten eerst bloemen en zaadpeulen en later ook bladeren.

Na de verpopping overwintert de soort als pop, waarna de vlinders in het volgende voorjaar verschijnen. Er is één generatie per jaar.

Foto’s