Beschrijving
Het oranje zandoogje is een middelgrote dagvlinder die in Vlaanderen vooral in de zomermaanden te zien is. Met een spanwijdte van 35 tot 42 millimeter is hij iets kleiner en fijner gebouwd dan het bruin zandoogje, waarmee hij vaak wordt verward. De bovenzijde van de vleugels is warm oranjebruin, omzoomd met een brede donkere rand. Op de voorvleugels bevindt zich een duidelijk zwart oogvlekje met één of soms twee witte pupillen. De onderzijde van de achtervleugels is subtieler: bruin gemarmerd met een lichtere band, waardoor hij goed camoufleert wanneer hij met gesloten vleugels rust.
Het mannetje is te herkennen aan de donkere geurstrepen over de voorvleugel, terwijl het vrouwtje vaak contrastrijker oranje getekend is. In vlucht oogt het oranje zandoogje licht en levendig, vaak fladderend laag boven bloemen en gras.

Habitat
Het oranje zandoogje houdt van kruidenrijke graslanden, bermen, heiden, bosranden en bloemrijke tuinen. Hij zoekt plekken waar nectarplanten als distel, braam, koninginnenkruid en margriet rijkelijk bloeien. De soort voelt zich het meest thuis in zonnige, open landschappen, vaak op zandige of schrale bodems. In Vlaanderen is hij nog vrij algemeen, vooral in de Kempen, duingebieden en op open plekken in bossen, maar lokaal neemt hij af door het verdwijnen van bloemrijke graslanden.
Larve
De rupsen leven op verschillende soorten grassen, zoals kropaar, rood zwenkgras, en andere fijne grasachtigen. Het vrouwtje zet de eieren los af op of nabij grashalmen.
De jonge rupsen komen in de nazomer uit, maar gaan vrijwel meteen in rusttoestand om te overwinteren. In het voorjaar eten ze verder van jonge grassprieten. De rupsen zijn groenbruin met een fijn lijntjespatroon en een gevorkt uiteinde, waardoor ze goed opgaan in de vegetatie. Ze verpoppen zich laag in het gras of in de strooisellaag.
Het oranje zandoogje vliegt in één generatie per jaar, van juli tot september, vaak in grote aantallen op zonnige zomerdagen.

