Beschrijving
De ooievaar is een grote, statige vogel die meteen opvalt door zijn contrastrijke verenkleed. Hij heeft een volledig wit lichaam met zwarte vleugels, lange rode poten en een lange, rechte rode snavel. In vlucht strekt hij zijn hals en poten volledig uit, wat hem onderscheidt van reigers die hun hals intrekken. Zijn vleugels zijn breed en geschikt om te zweven, waardoor hij vaak cirkelend op thermiek te zien is.
Ooievaars zijn sterk gebonden aan open landschappen zoals weilanden, moerassen en akkers, waar ze op zoek gaan naar voedsel. Hun dieet is gevarieerd en bestaat uit insecten, regenwormen, amfibieën, kleine zoogdieren en soms zelfs jonge vogels. Ze foerageren meestal lopend door het gras, waarbij ze met hun snavel snel toeslaan zodra ze een prooi zien.
Het nest van de ooievaar is groot en opvallend en wordt vaak gebouwd op hoge structuren zoals bomen, schoorstenen of speciaal geplaatste nestpalen. Zo’n nest wordt jarenlang gebruikt en telkens verder uitgebouwd, waardoor het enorme afmetingen kan bereiken. Ooievaars zijn vaak trouw aan hun nestplaats en keren jaarlijks terug naar dezelfde locatie. Tijdens de balts maken ze een kenmerkend klepperend geluid door snel met hun snavel te klapperen, aangezien ze geen echte zang hebben.
De ooievaar is een trekvogel, al blijven sommige populaties tegenwoordig ook in Europa overwinteren. Traditioneel trekken ze naar Afrika via vaste routes, waarbij ze gebruikmaken van thermiek om lange afstanden zwevend af te leggen zonder veel energie te verbruiken. Dankzij beschermingsmaatregelen en herintroductieprojecten is de soort in veel gebieden, waaronder Vlaanderen, opnieuw een vertrouwde verschijning geworden.





