Home » Soorten » Insecten » Vlinders » Nachtvlinders » Kooluil

Kooluil

Mamestra brassicae

Beschrijving

De kooluil is een middelgrote nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae) en staat bekend als een van de meer beruchte plaagsoorten in de landbouw. De vlinder heeft een spanwijdte van 34 tot 50 millimeter. De voorvleugels zijn donkerbruin tot grijsgroen, met lichtere vlekken en een fijne, vaak wat grillige tekening van dwarslijnen en donkere stipjes. De achtervleugels zijn lichter van kleur, vaak grijzig tot wit met een donkere rand. Door deze bescheiden kleuren valt de volwassen vlinder overdag nauwelijks op, zeker wanneer hij tegen boomschors of een houten schutting rust.

Hoewel de kooluil tot de nachtvlinders behoort, wordt het insect regelmatig ook overdag opgejaagd wanneer hij in de vegetatie schuilt. In de schemering en ’s nachts vliegt hij actief rond en bezoekt hij allerlei bloemen voor nectar.

Habitat

De soort is een echte cultuurvolger en komt wijdverspreid voor in Vlaanderen en Nederland. Je vindt hem in landbouwgebieden, tuinen, parken, moestuinen en akkerland, maar ook in natuurgebieden met kruidrijke vegetatie. Omdat hij gebruikmaakt van veel verschillende planten en zich goed aanpast, kan hij zich snel vestigen.

Larve

De rupsen van de kooluil staan bekend als kooluilrupsen en hebben een groene tot grijsbruine kleur met lichtere lengtestrepen. Ze behoren tot de zogeheten aardrupsen, die zich vaak overdag in de bodem verstoppen en vooral ’s nachts actief worden.

Waardplanten

De kooluil zijn dieet is zeer breed: ze voeden zich niet alleen op wilde planten, maar zijn berucht als plaag in de landbouw. Ze vreten aan koolsoorten (Brassica’s), maar ook aan biet, sla, spinazie, erwten, bonen en andere groentegewassen. Soms eten ze ook sierplanten en kruiden. Door hun vraat aan bladeren, bloemknoppen en jonge vruchten kunnen ze aanzienlijke schade aanrichten.

De vrouwtjes zetten grote aantallen eieren af in groepjes op de onderzijde van bladeren. De rupsen ontwikkelen zich in de zomer en kunnen nog in de herfst actief zijn. Ze overwinteren meestal als pop in de grond, om in het voorjaar als volwassen vlinder tevoorschijn te komen. De soort kent twee generaties per jaar.

Foto’s