Beschrijving
De kleine vuurvlinder is een van de meest levendige en kleurrijke dagvlinders van Vlaanderen, ondanks zijn bescheiden formaat van nauwelijks 3 tot 4 centimeter spanwijdte. Zijn voorvleugels zijn warm oranje met zwarte vlekken, terwijl de achtervleugels donkerbruin zijn met een opvallende oranje rand. Wanneer hij in de zon zit te vleugelen, schitteren de oranje tinten als kleine vonken tussen het gras en de bloemen – vandaar zijn toepasselijke naam.
De vlucht van de kleine vuurvlinder is snel, laag en vaak wat nerveus, waardoor hij voortdurend heen en weer lijkt te flitsen over bloemrijke graslanden. Hij bezoekt graag allerlei nectarplanten, zoals duizendblad, margriet, klaver en vlinderstruik, en laat zich goed zien in bermen, ruige akkers, parken en tuinen.
De kleine vuurvlinder vliegt van april tot oktober, vaak in meerdere generaties, waardoor hij in zonnige periodes bijna altijd wel ergens te zien is.

Habitat
De kleine vuurvlinder is een echte bewoner van kruidenrijke graslanden, bermen, heidevelden en zandige terreinen. Ook in tuinen of braakliggende plekken duikt hij geregeld op, zolang er maar voldoende waardplanten voor de rupsen aanwezig zijn. In Vlaanderen is hij algemeen verspreid, van polders tot Kempen. Omdat hij drie of soms zelfs vier generaties per jaar kent, kan hij van het vroege voorjaar tot in de herfst worden gezien.
Larve
De rupsen zijn klein, groen en licht behaard, en verstoppen zich overdag vaak laag in de vegetatie. Ze voeden zich met de bladeren van zuring en verpoppen zich in een losse cocon in de strooisellaag of op de waardplant zelf. Afhankelijk van de generatie kan de soort als rups of pop overwinteren.
Waardplanten
De rupsen van de kleine vuurvlinder leven op planten uit de zuringfamilie, vooral schapezuring (Rumex acetosella) en veldzuring (Rumex acetosa). De eitjes worden afzonderlijk afgezet op de bladeren of stengels.

