Home » Soorten » Insecten » Vlinders » Dagvlinders » Kleine ijsvogelvlinder

Kleine ijsvogelvlinder

Limenitis camilla

Beschrijving

De kleine ijsvogelvlinder is een opvallende dagvlinder uit de familie van de pages, groot- en bontes (Nymphalidae). Met een spanwijdte van 50 tot 55 millimeter behoort hij tot de grotere dagvlinders van Vlaanderen. De bovenzijde van de vleugels is donkerbruin tot zwartbruin, met een sneeuwwitte dwarsband die van vleugelbasis tot vleugelpunt loopt en mooi contrasteert met de donkere ondergrond. De onderzijde is bijzonder fraai: oranjebruin met wit en een fijn mozaïek van donkere lijntjes, wat een wat marmeren of schilderachtig effect geeft. Hierdoor wordt de vlinder vaak aangezien voor een blad of een stukje schors wanneer hij met gesloten vleugels rust.

De kleine ijsvogelvlinder vliegt elegant en zweeft vaak door lichte loofbossen, brede bospaden en open plekken. Hij wordt geregeld gezien terwijl hij laag langs bosranden of zonnige openingen zweeft en nectar drinkt van distels, braam of vlinderstruik. Ook zweet en vochtige plekken op zandwegen trekken hem aan, waar hij mineralen opneemt.

Habitat

Deze vlinder is vooral te vinden in halfopen loofbossen, bosranden en houtwallen, bij voorkeur in streken waar kamperfoelie (Lonicera spp.) groeit. De soort houdt van gevarieerde, vochtige bossen met struikgewas en open plekken. In Vlaanderen komt de kleine ijsvogelvlinder plaatselijk voor, vooral in de Kempen en in Zuid-Limburg, maar ook in sommige bosrijke gebieden elders. De verspreiding is de laatste decennia wat grillig, afhankelijk van het beheer van bossen en hagen. De vlinders vliegen in één generatie per jaar, van juni tot begin augustus.

Larve

De rupsen leven voornamelijk op wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), maar soms ook op andere verwante soorten. De eitjes worden meestal afzonderlijk op de bovenzijde van jonge bladeren gelegd. De rupsjes maken in de herfst een beschut kokertje van een bladsteel, waarin ze overwinteren. Pas in het voorjaar hervatten ze hun groei, waarna ze zich in een stevige cocon verpoppen.

De rupsen zijn groen met een wat knobbelige structuur en twee kleine uitsteeksels op de rug, waardoor ze op een stukje tak of bladnerf lijken. Ook dit is een vorm van camouflage tegen vogels en andere vijanden.

Foto’s