Beschrijving
Het icarusblauwtje is waarschijnlijk de bekendste en meest algemene blauwe dagvlinder in Vlaanderen en Nederland. Met zijn spanwijdte van 28 tot 36 millimeter is hij klein maar opvallend. Het mannetje is fel blauw van boven, met een smalle donkere rand en een witte franje. Het vrouwtje is meestal bruin met oranje vlekjes langs de achterrand, maar sommige vrouwtjes tonen ook blauwige schubben op de vleugels. De onderzijde van de vleugels is grijsbruin met een rij zwarte stippen en vaak een oranje band langs de rand – een kenmerk dat helpt om hem van het klein geaderd witje en andere blauwtjes te onderscheiden.
In de vlucht is het icarusblauwtje levendig en wendbaar, vaak laag boven het gras en rond bloemen. Mannetjes verdedigen kleine territoria en zijn snel om indringers te verjagen, terwijl ze tegelijkertijd actief op zoek zijn naar vrouwtjes.

Habitat
Het icarusblauwtje is een algemene soort in Vlaanderen en komt voor in bloemrijke graslanden, bermen, wegbermen, akkers, heiden en tuinen. Hij houdt vooral van open, zonnige plekken met een rijke kruiden- en bloemenvegetatie. In stedelijke gebieden kun je hem aantreffen in bloemperken en braakliggende terreinen. De vlinders vliegen in meerdere golven van mei tot september, vaak twee tot drie generaties per jaar.
Larve
De rupsen van het icarusblauwtje zijn groen, met fijne strepen en leven vooral op planten uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) zoals rolklaver.
De rupsen worden vaak vergezeld door mieren, die hen beschermen in ruil voor een zoete afscheiding. In het najaar zoeken de rupsen beschutting om te overwinteren en pas in het voorjaar verpoppen ze, waarna de nieuwe generatie vlinders verschijnt.




