Beschrijving
Het groot dikkopje is een kleine dagvlinder uit de familie van de dikkopjes (Hesperiidae). Op het eerste gezicht lijkt hij meer op een kleine mot dan op een “klassieke” vlinder, maar wie even stilstaat ziet al snel zijn charme. De vleugels zijn warm oranjebruin met een donkere rand en onregelmatige vlekken. Het mannetje heeft een duidelijke donkere geurstreep over de voorvleugel lopen. Het lijf is stevig en gedrongen, en de voelsprieten eindigen in een kleine haak, iets wat typisch is voor dikkopjes.
De naam “dikkopje” verwijst naar het relatief grote, ronde kopje in verhouding tot het compacte lijf. In vlucht is hij snel en schokkerig, soms moeilijk te volgen. Toch blijft hij vaak even stilzitten op een grashalm of bloem, waar hij zich goed laat bekijken.

Habitat
Het groot dikkopje houdt van zonrijke, halfopen graslanden, bosranden, wegbermen en ruige bermen waar veel grassen groeien. Ook bloemrijke weiden, heidevelden en bloemrijke akkerranden zijn geschikte leefgebieden, zolang er maar voldoende nectarplanten aanwezig zijn. In Vlaanderen is het groot dikkopje een algemene soort, vooral in gebieden met kruidenrijk grasland en in tuinen met veel bloeiende planten.
Zijn voedsel bestaat uit de nectar van onder andere distels, klavers, distelsoorten en distelachtige bloemen, maar hij bezoekt ook bramen en andere zomerbloeiers. De soort is te zien van juni tot augustus, vaak in zonnige perioden waarin de mannetjes actief patrouilleren.
Larve
De rupsen leven in een zelfgesponnen kokervormig blaadje of rolletje van een grasspriet, waarin ze zich overdag verschuilen. ’s Nachts komen ze naar buiten om te eten. Ze zijn groen met een donkere kop en vallen daardoor nauwelijks op in de vegetatie.
De rupsen overwinteren in hun bladschede en verpoppen zich in het voorjaar in een dicht spinsel tussen de grassen. De nieuwe generatie vlinders vliegt vervolgens uit vanaf begin juni.
Waardplanten
De vrouwtjes zetten hun eitjes afzonderlijk af op bladeren van verschillende grassen.
