Home » Soorten » Insecten » Wespen » Graafwespen » Groefbijendoder

Groefbijendoder

Cerceris rybyensis

Beschrijving

De Groefbijendoder (Cerceris rybyensis) is een opvallende solitaire graafwesp uit de familie van de Graafwespen. De soort dankt haar Nederlandse naam aan haar gespecialiseerde jachtwijze: het vrouwtje vangt vrijwel uitsluitend groefbijen (Halictidae) als voedsel voor haar larven. Ondanks dit roofzuchtige gedrag is de Groefbijendoder een vreedzame wesp die mensen vrijwel nooit lastigvalt.

Ze heeft een lichaamslengte van ongeveer 8 tot 14 mm.

Kenmerkende eigenschappen zijn:

  • glanzend zwart lichaam
  • één of meerdere heldergele banden op het achterlijf
  • geel gekleurde poten, vooral aan de schenen
  • relatief brede kop met krachtige kaken
  • stevige bouw en een korte, compacte “wespentaille”

Door haar geel-zwarte tekening lijkt ze oppervlakkig op een gewone wesp, maar ze is kleiner, gedrongener en vliegt rustiger.

Groefbijendoder

Ecologie

De Groefbijendoder is een gespecialiseerde predator die helpt de populaties van groefbijen op natuurlijke wijze in evenwicht te houden. Omdat zij afhankelijk is van zowel gezonde bijenpopulaties als geschikte zandige nestplaatsen, geldt de soort als een goede indicator voor bloemrijke, structuurrijke landschappen.

Verspreiding

De Groefbijendoder komt voor in een groot deel van Europa en is in België en Nederland vrij algemeen op geschikte locaties.

Typische leefgebieden zijn:

  • droge zandgronden
  • heideterreinen
  • bloemrijke bermen
  • dijken
  • kalkgraslanden
  • open bosranden
  • zandige tuinen

Larve

Zoals alle graafwespen leeft de Groefbijendoder solitair. Het vrouwtje graaft een nest in losse, zonnige zandgrond. Vanuit een hoofdgang worden meerdere broedcellen aangelegd.

Voor iedere nestcel vangt het vrouwtje enkele groefbijen. Met een nauwkeurige steek worden deze verlamd maar levend gehouden. Vervolgens worden ze naar het nest gesleept, waar één ei op een van de prooien wordt gelegd. De larve voedt zich daarna met de nog verse prooien totdat ze volledig is ontwikkeld.

Geschikte nestplaatsen worden vaak jarenlang opnieuw gebruikt, waardoor kleine nestaggregaties kunnen ontstaan met tientallen vrouwtjes die dicht bij elkaar nestelen.

Foto’s