Beschrijving
De Grijze rimpelrug (Andrena tibialis) is een middelgrote solitaire bij uit de familie van de zandbijen. Het is een vroege voorjaarssoort die vooral opvalt door haar grijs behaarde borststuk en het fijn gerimpelde achterlijf, waaraan ze haar Nederlandse naam dankt. De soort is een belangrijke bestuiver van voorjaarsbloemen en komt vooral voor in open, zonnige landschappen.
Ze heeft een lichaamslengte van ongeveer 10 tot 14 mm.
Kenmerkende eigenschappen zijn:
- donkerbruin tot zwart lichaam
- dicht grijs behaard borststuk
- fijn gerimpeld en vrijwel glanzeloos achterlijf
- lichte haarbandjes op de achterlijfssegmenten
- het vrouwtje heeft een opvallende oranje tot geelbruine buikschuier (scopa) onder het achterlijf om stuifmeel te vervoeren
Het mannetje is slanker, heeft een lichter behaarde kop en mist de buikschuier.

Ecologie
Als een van de vroeg vliegende zandbijen is de Grijze rimpelrug een belangrijke bestuiver van bloeiende voorjaarsplanten. Ze vormt bovendien een voedselbron voor vogels en andere insectenetende dieren en kan worden geparasiteerd door koekoeksbijen, die hun eieren in haar nest leggen.
De soort profiteert van bloemrijke graslanden met voldoende open bodem om te nestelen en is gevoelig voor het verdwijnen van deze leefgebieden door intensief beheer of verharding.
Verspreiding
De Grijze rimpelrug komt voor in een groot deel van Europa en is in België en Nederland vrij algemeen, al verschilt de dichtheid sterk per regio.
Ze leeft onder andere in:
- bloemrijke graslanden
- bermen
- parken
- tuinen
- dijken
- open bosranden
- zandige terreinen
Larve
Zoals alle zandbijen leeft de Grijze rimpelrug solitair. Het vrouwtje graaft een nest in de bodem, meestal op:
- zonnige zandgrond;
- schrale graslanden;
- kale plekjes langs paden;
- taluds.
Vanuit een hoofdgang worden meerdere broedcellen aangelegd. Elke cel wordt gevuld met een mengsel van nectar en stuifmeel, waarna één ei wordt gelegd en de cel zorgvuldig wordt afgesloten.
Op geschikte nestplaatsen kunnen tientallen tot honderden vrouwtjes dicht bij elkaar nestelen, zonder samen te werken.


