Beschrijving
De graszanger is een piepklein, bruin vogeltje dat in Vlaanderen zeldzaam voorkomt, maar de laatste decennia langzaam terrein wint. Hij is nauwelijks groter dan een winterkoning en oogt zeer onopvallend: een vaalbruin verenkleed met fijne donkere streepjes en een opvallend lange staart die hij vaak omhoog houdt en voortdurend trilt of spreidt. Zijn lichte wenkbrauwstreep geeft hem een alertere blik. In vlucht doet hij denken aan een piepklein bruingeel bolletje dat onrustig opvliegt en snel weer in het gras verdwijnt.
Wat de graszanger meteen herkenbaar maakt, is zijn onophoudelijke zangvlucht in de zomer. Het mannetje stijgt zingend op, fladdert al wiegend boven het gras en laat een eindeloze reeks korte, herhalende tonen horen – een snel, kwetterend “zit-zit-zit” dat soms minutenlang aanhoudt terwijl hij boven zijn territorium cirkelt. Daarna laat hij zich plots in een schuine lijn weer naar beneden zakken, om opnieuw van voren af aan te beginnen.
De graszanger is een soort van natte graslanden, moerassen en rietlanden met hoge, ruige vegetatie waarin hij zijn nesten goed kan verbergen. Hij foerageert op kleine insecten, larven en spinnetjes, die hij tussen de stengels en bladeren oppikt.
In Vlaanderen is de graszanger een zomervogel die vooral voorkomt in de polders, moerasgebieden en vochtige graslanden. Hij broedt er in kleine aantallen, maar zijn verspreiding neemt de laatste jaren langzaam toe dankzij natuurherstelprojecten. Buiten het broedseizoen trekt hij terug naar West-Afrika, waar hij de winter doorbrengt.
De graszanger is een echte meester van het riet en het gras: onopvallend in zijn uiterlijk, maar luidruchtig en aanwezig met zijn aanhoudende zangvluchten die de zomerweiden doen trillen van geluid.

Habitat
De graszanger is een echte liefhebber van vochtige, ruige graslanden. Je vindt hem vooral in natte hooilanden, bloemrijke weiden, rietlanden en slootkanten waar het gras hoog en dicht staat. Hij houdt van structuurrijke vegetatie die hem zowel voedsel als dekking biedt. In Vlaanderen komt hij voornamelijk voor in de polders en natte natuurgebieden, vaak op plaatsen waar natuurbeheer zorgt voor plas-dras of waar bloemrijke vegetatie zich kan ontwikkelen.
Zijn voedsel bestaat vooral uit kleine insecten, spinnen en larven, die hij al foeragerend tussen het gras oppikt. Hij blijft daarbij meestal laag bij de grond en is vaak moeilijk te zien, tenzij hij tijdens de balts zingend omhoog vliegt.
Nestgedrag
De graszanger bouwt zijn nest laag in hoog gras of riet, meestal slechts enkele decimeters boven de grond. Het nest wordt door het vrouwtje gemaakt van fijne grassen, bladeren en soms wat spinrag, waardoor het goed verstopt zit in de vegetatie.
De broedtijd in Vlaanderen loopt van mei tot augustus, afhankelijk van het weer en de voedselbeschikbaarheid. Het vrouwtje legt meestal 4 tot 6 kleine, witachtige eieren met fijne spikkels. Het broeden duurt ongeveer twee weken, en wordt vooral door het vrouwtje gedaan.
Na het uitkomen zijn de kuikens nestblijvers: ze blijven in het nest en worden intensief gevoerd door beide ouders met insecten en kleine ongewervelden. Na een dag of 12 tot 14 zijn ze oud genoeg om uit te vliegen, maar ze worden daarna nog een tijdje door de ouders begeleid.
De keuze voor lage, dichte vegetatie in natte gebieden maakt de graszanger kwetsbaar voor maaibeheer en verdroging, maar waar natuurgebieden extensief beheerd worden, kan hij zich verrassend snel vestigen. Zijn nest, verborgen in wuivend gras, is een symbool van hoezeer deze kleine vogel afhankelijk is van open, bloemrijke en natte landschappen.

