Beschrijving
Het glad beertje is een kleine, slanke nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae, onderfamilie Arctiinae – de beervlinders). Zijn spanwijdte bedraagt ongeveer 28 tot 36 millimeter. De voorvleugels zijn langgerekt, smal en egaal lichtgrijs tot grijsbruin, waardoor hij een sober en “strak” uiterlijk heeft dat meteen zijn naam verklaart: de vleugels zien er glad en gelijkmatig uit, zonder de bonte patronen die veel andere nachtvlinders sieren. De achtervleugels zijn lichter, vaak witachtig tot bleekgrijs. In rust vouwt de vlinder zijn vleugels plat langs het lichaam, waardoor hij nauwelijks opvalt tegen boomstammen of muren.
De gladde, bijna minimalistische verschijning maakt hem minder spectaculair dan de kleurrijke beervlinders, maar juist die eenvoud geeft hem een subtiele elegantie. ’s Avonds en ’s nachts wordt hij vaak op licht waargenomen, maar ook overdag kan hij rustig zittend gevonden worden op muren, schuttingen of boomschors.

Habitat
Het glad beertje komt in Vlaanderen en Nederland vrij algemeen voor, vooral in bossen, houtwallen, parken en tuinen. Hij houdt van vochtige gebieden en plaatsen waar veel mossen en korstmossen groeien, want dat zijn de belangrijkste voedselbronnen voor de rupsen. Vooral op vochtige bossen, moerassen, dijken en ruige bermen is de kans groot om hem tegen te komen.
Larve
De rupsen van de glad beertje zijn klein en behaard, vaak grijsgroen tot donker van kleur. Ze leven voornamelijk van korstmossen en algen die op bomen, stenen en houten objecten groeien. Daardoor kunnen ze ook in sterk door de mens beïnvloede gebieden goed overleven, zolang er maar genoeg mos aanwezig is.
De rupsen zijn actief in de herfst en overwinteren, vaak in een lichte cocon. In het voorjaar verpoppen ze zich, waarna de vlinders verschijnen. De vliegtijd in Vlaanderen loopt van juni tot augustus, soms met een tweede generatie in de nazomer.


