Beschrijving
De gewone krulzoom is een middelgrote tot grote plaatjeszwam met een hoed van 5 tot 15 cm breed. De kleur varieert van geelbruin tot olijfbruin, vaak met een wat doffer, viltig oppervlak. De hoedrand is bij jonge exemplaren sterk ingekruld en blijft ook bij oudere exemplaren nog enigszins naar binnen gebogen – een kenmerk dat in de Nederlandse naam terugkomt.
De lamellen zijn geelbruin, dicht opeenstaand en lopen duidelijk af op de steel (aflopend). Bij beschadiging verkleuren ze bruin. De steel is meestal kort en stevig, geelbruin van kleur en zonder ring of volva. Het vlees is geelbruinachtig en kleurt bij doorsnijden of kneuzing eveneens snel bruin.

Habitat
De gewone krulzoom vormt mycorrhiza met loof- en naaldbomen en komt voor in allerlei bostypen, parken en tuinen. Hij groeit vaak in groepen of rijen langs paden of onder bomen. De vruchtlichamen verschijnen van de zomer tot in de late herfst en zijn vrij algemeen in Vlaanderen.
Ecologie
Ecologisch speelt de gewone krulzoom als mycorrhizasoort een rol in de voeding van bomen: hij helpt bij de opname van voedingsstoffen en water en ontvangt in ruil suikers.
Voor mensen is de gewone krulzoom echter berucht: hoewel hij vroeger als eetbaar gold, is inmiddels duidelijk dat de soort ernstig giftig is. Herhaaldelijke consumptie kan leiden tot een dodelijke auto-immuunreactie waarbij rode bloedcellen worden afgebroken (hemolytisch syndroom). Daarom wordt hij tegenwoordig als levensgevaarlijk giftig beschouwd en afgeraden voor consumptie.

