Home » Soorten » Insecten » Vlinders » Nachtvlinders » Gewone bandspanner

Gewone bandspanner

Epirrhoe alternata

Beschrijving

De gewone bandspanner is een vrij kleine, maar opvallend getekende nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae). Hij heeft een grijsbruin grondkleurig vleugelpatroon met daarop contrasterende donkerbruine tot zwarte dwarsbanden, die als brede, golvende lijnen over de vleugels lopen. Daartussen liggen lichtere zones die het patroon een mooi afwisselend karakter geven. De vleugelrand is vaak subtiel getand, wat de tekening nog sterker doet uitkomen. In rust houdt de vlinder zijn vleugels plat gespreid, waardoor de banden goed zichtbaar zijn en hem zijn Nederlandse naam opleveren.

De gewone bandspanner is in Vlaanderen en Nederland een zeer algemene soort, die van mei tot september in meerdere generaties voorkomt. Je ziet hem zowel in natuurgebieden als in tuinen, parken, bermen en braakliggende terreinen. Overdag rust hij vaak verborgen in de vegetatie, maar ’s nachts wordt hij gemakkelijk door licht aangetrokken.

De gewone bandspanner is daarmee een van die nachtvlinders die vaak onopvallend aanwezig zijn, maar die bij nadere blik een fraai getekend vleugelpatroon laten zien. Zijn wijdverspreide voorkomen en herkenbare dwarsbanden maken hem tot een van de bekendere en makkelijkere spanners om in het veld te leren herkennen.

Habitat

De gewone bandspanner is een algemene soort die je in een brede waaier aan leefgebieden tegenkomt. Hij voelt zich thuis in tuinen, parken, bermen, braakliggende terreinen, akkers en heidevelden – overal waar zijn waardplanten groeien. Omdat hij weinig kieskeurig is en zich snel weet aan te passen, behoort hij tot de meest verspreide spanners van Vlaanderen en Nederland. Je ziet de vlinder vaak vanaf de late lente tot in de nazomer, met twee tot soms drie generaties per jaar. Overdag rust hij laag in de vegetatie, goed gecamoufleerd, terwijl hij ’s nachts actief wordt en ook op licht afkomt.

Larve

De rupsen van de gewone bandspanner voeden zich voornamelijk met vlinderbloemigen, zoals klaver, maar ook met andere kruidachtige planten. Ze hebben de typische spannerbeweging: hun lichaam kromt zich in een boog, waarna ze zich met een schokkende beweging weer uitstrekken. Dit geeft de indruk dat ze zich “meten” of “spannen”, wat de familie Geometridae hun naam gaf.

De rupsen zijn meestal groen tot bruinachtig, vaak met subtiele lengtestrepen, waardoor ze goed opgaan in de stengels en bladeren waarop ze leven. Ze verpoppen zich laag bij de grond, vaak tussen bladeren of in losse aarde, waar ze een cocon vormen. De soort overwintert meestal in het popstadium en verschijnt in het voorjaar opnieuw als vlinder.

Waardplanten

De rupsen voeden zich vooral met klaver en andere vlinderbloemigen, maar ook met andere kruidachtige planten. Ze hebben een typische spannerbeweging: ze trekken hun lichaam krom als een boog, brengen de achterpoten naar voren en “spannen” zich daarna weer uit – een eigenschap die alle spanners hun naam geeft.

Foto’s