Beschrijving
De gehakelde aurelia is een opvallende vlinder die je meteen herkent aan zijn sterk gekartelde vleugelranden, waardoor hij wel wat weg heeft van een droog herfstblad. De bovenzijde van de vleugels is oranje met donkere vlekken en een onregelmatige rand. Op de onderzijde valt vooral het kleine, witte, komma-vormige vlekje op de achtervleugel op – vandaar de naam “c-album” (letter C).
Het is een middelgrote vlinder met een spanwijdte van ongeveer 4 tot 5 cm. De kleur van de onderzijde kan sterk variëren van lichtbruin tot bijna zwart, wat de schutkleur tussen bladeren en boomschors versterkt. Hierdoor kan de vlinder zich goed verschuilen wanneer hij met dichtgeklapte vleugels rust.
Je ziet de gehakelde aurelia vaak op zonnige plekjes langs bosranden, houtkanten en tuinen, waar hij nectart van bloeiende struiken en bloemen drinkt. De rupsen leven vooral op hop, brandnetel, iep en soms op aalbes of wilg.

Habitat
De gehakelde aurelia komt vooral voor in halfopen landschappen waar zon en schaduw elkaar afwisselen. Je vindt hem langs bosranden, bospaden, houtkanten en hagen, maar ook in parken en tuinen waar genoeg voedselplanten en nectarbronnen aanwezig zijn. Vooral plekken met brandnetels, hop, iep en wilg zijn belangrijk voor de rupsen, omdat dit hun voornaamste waardplanten zijn.
De volwassen vlinders voeden zich niet alleen met nectar van bloemen zoals braam, distel en koninginnenkruid, maar zoeken ook graag rottend fruit, boomsappen of zelfs vogeluitwerpselen op. Dankzij deze brede voedselkeuze kunnen ze zich zowel in natuurgebieden als in tuinen en boomgaarden thuis voelen.
De soort stelt prijs op een gevarieerd landschap met voldoende schuilplaatsen, zonnige plekjes om op te warmen en beschutte plaatsen om te overwinteren. In Vlaanderen zie je de gehakelde aurelia daarom vaak in gebieden met heggen, kleine landschapselementen en bossen die afgewisseld worden met open ruimtes.
Waardplanten
De rupsen van de gehakelde aurelia zijn echte fijnproevers: ze kunnen zich op verschillende planten ontwikkelen, maar hebben een voorkeur voor een aantal typische waardplanten. De belangrijkste zijn grote brandnetel (Urtica dioica), hop (Humulus lupulus), iep (Ulmus-soorten) en ruwe iep. Daarnaast worden soms ook wilg (Salix), hazelaar (Corylus avellana), aalbes (Ribes rubrum) en zelfs zwarte bes of heemst gebruikt.
Deze variatie in waardplanten maakt dat de gehakelde aurelia in uiteenlopende landschappen kan voorkomen, van bosranden en houtkanten tot tuinen en parken. De keuze voor zoveel verschillende planten geeft de soort een zekere ecologische flexibiliteit, waardoor ze zich makkelijk kan aanpassen aan veranderende omstandigheden en daardoor tegenwoordig vaker gezien wordt dan vroeger.


