Beschrijving
De fuut is de grootste van onze futen en meteen ook de bekendste, vooral door zijn opvallende verschijning in de broedtijd. Hij heeft een slank lichaam, lange nek en een spitse dolkvormige snavel. In zomerkleed vallen de roodbruine hals en de donkere kopveren op, die als een soort kraag en kuif uitwaaieren en hem een statige, bijna exotische uitstraling geven. Buiten de broedtijd verliest hij die opvallende tooi en oogt hij soberder: met een wit gezicht, grijzige bovendelen en een donker petje. In het water glijdt de fuut moeiteloos en duikt hij met grote elegantie naar vissen, die hij met snelle bewegingen onder water vangt.

Habitat
De fuut is een uitgesproken watervogel, te vinden op meren, plassen, vijvers en traag stromende rivieren. Hij houdt van plekken met veel open water, maar ook met beschutte randen vol waterplanten waar hij kan schuilen en jagen. In Vlaanderen komt de soort wijdverspreid voor, zelfs in stadsparken en kanalen, zolang er voldoende vis te vangen valt. In de winter verzamelen veel futen zich op grotere wateroppervlakten, soms in opvallende groepen die gezamenlijk vissen.
Nestgedrag
Het broedgedrag van de fuut is misschien wel het meest spectaculaire onder de Europese watervogels. Het begint met een uitgebreide balts: twee futen die tegenover elkaar liggen, synchroon hun halzen strekken en hun kuiven opzetten, soms met waterplanten in de snavel terwijl ze op het water “dansen”. Deze sierlijke “pinguïndans” is een van de mooiste natuurfenomenen van onze lente.
Het nest zelf is een drijvend vlot van waterplanten, vastgemaakt aan rietstengels of takken in het water. Het vrouwtje legt meestal 3 tot 5 eieren tussen april en juni. Beide ouders broeden om beurten en verzorgen samen de jongen. Na ongeveer vier weken komen de kuikens uit. Deze zijn al in staat om te zwemmen, maar brengen hun eerste weken vooral door op de rug van hun ouders, veilig tussen de veren. Daar worden ze gevoerd met kleine visjes en insecten.
Na een paar weken durven de jongen zelf te duiken, al blijven ze nog lange tijd in de buurt van hun ouders. Het beeld van een fuut met piepkleine, zwart-wit gestreepte jongen op de rug – soms piepend onder de veren vandaan – behoort tot de mooiste taferelen die je aan onze waterplassen kunt zien.




