Home » Soorten » Insecten » Vliegen » Slakkendodende vliegen » Dubbelborstelrietslakvlieg

Dubbelborstelrietslakvlieg

Tetanocera arrogans

Beschrijving

De dubbelborstelrietslakvlieg is een middelgrote slakvlieg. De grondkleur is grijsbruin tot olijfbruin, vaak met een duidelijke donkere tekening op het borststuk en het achterlijf. Een belangrijk determinatiekenmerk zijn de twee opvallende rijen borstelharen op het borststuk, waaraan de Nederlandse naam is ontleend. De poten zijn aangepast aan een actieve levenswijze in lage vegetatie. De vleugels zijn helder tot licht gerookt en tonen een subtiele adertekening. In het veld zit de soort vaak rustig op rietstengels of andere oeverplanten. Door de combinatie van lichaamsvorm, borstels op het borststuk en habitat is deze soort goed te onderscheiden van andere riet- en slakvliegen.

Habitat

De dubbelborstelrietslakvlieg is sterk gebonden aan natte, vegetatierijke habitats. Ze komt vooral voor in rietlanden, moerassen, natte graslanden en langs oevers van plassen, vijvers en sloten. De soort verkiest gebieden met dichte oevervegetatie, waar riet en andere water- en moerasplanten domineren. Volwassen vliegen worden vaak waargenomen op rietstengels en bladeren vlak boven het water of in natte zones. Deze omgeving biedt zowel schuilplaatsen als een rijk aanbod aan slakken, wat essentieel is voor de voortplanting en de ontwikkeling van de larven.

Larve

De larve van de dubbelborstelrietslakvlieg leeft in natte milieus zoals rietlanden, moerassen en vochtige oevers. Ze is gespecialiseerd in het benutten van slakken als voedselbron. Afhankelijk van de soort slak en de omstandigheden kan de larve zowel roofzuchtig als parasitoïd zijn. Ze valt de slak actief aan of ontwikkelt zich in het lichaam van de gastheer, waar ze zich voedt met het weefsel. Deze levenswijze maakt haar sterk gebonden aan gebieden met een hoge slakkendichtheid. Door haar rol draagt ze bij aan de regulatie van slakkenpopulaties in natte ecosystemen. Na de larvale ontwikkeling verpopt ze zich in of nabij de bodem, waarna de volwassen vlieg verschijnt in de oevervegetatie.

Foto’s