Beschrijving
De distelbladroller is een kleine nachtvlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae). Ondanks zijn bescheiden formaat – met een spanwijdte van 15 tot 25 millimeter – is het een opvallend sierlijk motje. De voorvleugels zijn strogeel tot goudachtig geel, vaak met een wat vale bruine tekening of subtiele vegen die van exemplaar tot exemplaar kunnen verschillen. De achtervleugels zijn grijsgelig en minder opvallend. In rust houdt hij zijn vleugels dakvormig over het lichaam gevouwen, waardoor hij eruitziet als een klein, geel driehoekig “schubje” in het gras.
De distelbladroller vliegt vooral van juni tot augustus en is ’s nachts actief, maar kan overdag gemakkelijk opgeschrikt worden uit de vegetatie. Hij vliegt soms in grote aantallen en wordt ook vaak op licht waargenomen.

Habitat
Deze soort houdt van bloemrijke graslanden, bermen, akkers en ruige terreinen, vooral waar veel distels en andere kruidachtige planten groeien. Hij komt in Vlaanderen algemeen voor, van de polders tot de Kempen, en is in de zomer een vertrouwde soort bij nachtvlindertellingen.
Larve
De rupsen ontwikkelen zich in de zomer en verpoppen zich in hun bladschede of in de strooisellaag. De soort overwintert als rups en voltooit de cyclus in het volgende voorjaar, waarna de volwassen vlinders in juni verschijnen.
Waardplanten
Zoals de naam al aangeeft, leven de rupsen van de distelbladroller vooral op distels (Cirsium, Carduus). Ze rollen of spinnen bladeren samen tot een kokerachtig verblijf waarin ze zich voeden en schuilhouden. De rups is geelachtig tot groengrijs van kleur en moeilijk zichtbaar zolang hij in zijn ingerolde blad blijft.
