Home » Soorten » Insecten » Vlinders » Dagvlinders » Citroenvlinder

Citroenvlinder

Gonepteryx rhamni

Beschrijving

De citroenvlinder is één van de bekendste dagvlinders van onze streken en meteen ook één van de eerste boodschappers van de lente. Het mannetje is fel citroengeel gekleurd, terwijl het vrouwtje eerder bleekgroen tot wit oogt. De vleugels hebben een karakteristieke bladvormige puntige uiteinden en een kleine, oranjerode stip in het midden. Hierdoor lijkt de vlinder in rust sterk op een blaadje, wat hem goed camoufleert tussen het loof. Met een spanwijdte van 5 tot 6 cm behoort hij tot de middelgrote dagvlinders.

Habitat

De citroenvlinder voelt zich thuis in lichte bossen, houtkanten, hagen, tuinen en parken. Hij komt veel voor in landschappen waar zowel open plekken als struikrijke zones aanwezig zijn. Doordat de vlinder een lange tong heeft, kan hij nectar drinken uit bloemen met diepe kelken, zoals kruiden in tuinen, distels, vlinderstruiken en klaverachtigen. In de lente zie je hem vaak rond sleedoornstruiken, en later in de zomer op bloeiende planten in bermen en tuinen.

Waardplanten

De rupsen van de citroenvlinder zijn gespecialiseerd en leven uitsluitend op twee waardplanten: sporkehout (Rhamnus frangula) en wegedoorn (Rhamnus cathartica). Op deze struiken zetten de vrouwtjes hun eieren af, vaak afzonderlijk op de onderzijde van de bladeren. Na het uitkomen voeden de rupsen zich met de bladeren totdat ze volgroeid zijn en verpoppen. De aanwezigheid van deze struiken is dus cruciaal voor het voorkomen van de citroenvlinder in een gebied.

Foto’s