Het citroenlieveheersbeestje is een klein en onopvallend lieveheersbeestje met een bleke, geelgroene tot citroengele kleur. In tegenstelling tot veel andere lieveheersbeestjes heeft deze soort geen opvallende stippen, wat hem een egaal en zacht uiterlijk geeft. Daardoor wordt hij vaak over het hoofd gezien of verward met andere kleine kevers.
De soort leeft vooral op bomen en struiken, met een duidelijke voorkeur voor naaldbomen zoals dennen en sparren. Daar houdt hij zich meestal hoog in de kruin op, waardoor hij minder vaak wordt waargenomen dan meer algemene tuinsoorten. Pas bij gericht zoeken of tijdens overwintering komt hij soms beter in beeld.
Het citroenlieveheersbeestje voedt zich hoofdzakelijk met bladluizen en andere kleine plantenetende insecten. Zowel larven als volwassen kevers zijn roofzuchtig en spelen zo een bescheiden maar nuttige rol in het onder controle houden van plaaginsecten.
In de herfst overwintert de soort op beschutte plekken, vaak in strooisel, onder schors of in spleten van bomen. Anders dan het Aziatisch lieveheersbeestje vormt hij geen grote overwinteringsgroepen in huizen en blijft hij vrijwel onopgemerkt.
Door zijn verborgen levenswijze en specifieke habitatvoorkeuren is het citroenlieveheersbeestje minder bekend, maar ecologisch gezien een typisch voorbeeld van een gespecialiseerde, inheemse soort binnen onze bossen en parken.


