Home » Soorten » Vogels » Roofvogels » Buizerd

Buizerd

Buteo buteo

Beschrijving

De buizerd is een van de meest voorkomende roofvogels in onze streken, en toch weet hij telkens indruk te maken. Hij is middelgroot tot groot, met brede vleugels en een korte, waaiervormige staart die hem in de lucht een gedrongen, krachtige uitstraling geeft. Zijn verenkleed is uiterst variabel: sommige buizerds zijn bijna helemaal donkerbruin, andere opvallend licht met een roomkleurige borst en duidelijke strepen. Dit maakt hem soms lastig te herkennen, maar zijn stevige bouw en typische vlucht verraden hem snel.

In de lucht zie je de buizerd vaak cirkelen op thermiek, rustig zwevend zonder veel vleugelslagen. Zijn luide, klaaglijke miauwroep klinkt geregeld hoog boven de velden of bossen en verraadt zijn aanwezigheid nog voor je hem ziet. Zittend herken je hem aan zijn brede borst en felle blik, vaak op een paal, hek of boomrand langs de weg, vanwaar hij uitkijkt naar muizen, jonge konijnen of zelfs regenwormen.

De buizerd is een echte opportunist. Hij jaagt niet alleen zelf, maar leeft ook van aas, wat hem helpt om in heel uiteenlopende landschappen succesvol te zijn. Of het nu in uitgestrekte bossen, open akkers of aan de rand van de snelweg is, de buizerd heeft zich volledig ingeburgerd in het Europese landschap.

Habitat

De buizerd voelt zich thuis in een mix van bossen, velden en open land. Hij heeft bomen nodig om te rusten en te nestelen, maar ook open gebieden om te jagen. Daarom zie je hem vaak aan bosranden, langs weiden of boven akkers. Hij is verrassend flexibel en komt zelfs voor in sterk door mensen beïnvloede landschappen – langs snelwegen, in stadsrandzones of boven industrieterreinen, zolang er maar voldoende voedsel is.

Zijn prooien bestaan vooral uit muizen, jonge konijnen, vogels en regenwormen, maar hij eet ook aas. Daarmee is de buizerd een echte opportunist, die zich makkelijk aanpast aan het voedselaanbod van het moment.

Nestgedrag

De buizerd bouwt zijn nest hoog in een boom, vaak op een vork in de stam of dicht bij de kruin. Het nest is een fors bouwwerk van takken, dat elk jaar opnieuw wordt gebruikt en verder uitgebreid. Soms zijn de nesten zo groot dat ze van ver zichtbaar zijn.

Het broedseizoen begint meestal in april-mei. Het vrouwtje legt doorgaans 2 tot 4 eieren, die zij het meest bebroedt, terwijl het mannetje haar van voedsel voorziet. Na ongeveer 5 weken komen de kuikens uit, bedekt met een licht dons. Ze worden gevoerd met stukjes vlees die de ouders uit hun prooien scheuren.

De jonge buizerds groeien snel en na zo’n 6 à 7 weken verlaten ze het nest. Toch blijven ze nog een tijd in de buurt, bedelend om voedsel en langzaam lerend om zelf te jagen. In deze periode hoor je vaak hun hoge, klaaglijke roep over de velden, een geluid dat bijna onlosmakelijk verbonden is met zomerse dagen in het boerenland.

Foto’s