Beschrijving
Het bruin zandoogje is een van de meest algemene dagvlinders van Vlaanderen en een echte zomerse metgezel tijdens wandelingen door weilanden en bermen. Zoals de naam al doet vermoeden, heeft hij een overwegend bruin verenkleed, maar de voorvleugels zijn versierd met een warme, oranjebruine vlek waarin een opvallend zwart oogvlekje met een witte stip prijkt. Bij het mannetje is dat oranje vaak beperkt tot een kleine zone, terwijl het vrouwtje doorgaans een veel grotere oranje vlek heeft, waardoor zij kleurrijker oogt.
In vlucht lijkt het bruin zandoogje vrij onopvallend, maar zodra hij neerstrijkt en de vleugels half opent of sluit, licht de oranje tekening mooi op. Op warme zomerdagen zie je de vlinders vaak laag boven de vegetatie vliegen, van bloem tot bloem. Ze voeden zich met nectar van klavers, distels, margrieten en andere bloemen die in graslanden bloeien.
Het bruin zandoogje is een typische zomervlinder van onze graslanden, eenvoudig van kleur maar met charmante oogvlekken die vogels moeten afschrikken. Zijn aanwezigheid geeft aan dat er nog bloemrijke, kruidenrijke graslanden bestaan – een leefgebied dat steeds schaarser wordt, waardoor ook deze ogenschijnlijk gewone vlinder onze aandacht verdient.

Habitat
Het bruin zandoogje is een echte graslandvlinder. Hij houdt van bloemrijke weides, akker- en wegbermen, open bosranden en dijken, maar komt ook geregeld in tuinen en parken. Belangrijk is dat er voldoende grassen aanwezig zijn, want daarop leven de rupsen. De soort is wijdverspreid en nog steeds vrij talrijk in Vlaanderen, al is er plaatselijk achteruitgang door intensief maaibeheer en verlies van bloemrijke graslanden.
Larve
De rupsen zijn groen of bruinachtig van kleur en hebben een kenmerkend gevorkt staartpuntje. Ze voeden zich ’s nachts met jonge grassprieten en rusten overdag laag bij de grond. De rupsen overwinteren in een vroege ontwikkelingsfase en eten in het voorjaar verder totdat ze zich in mei-juni verpoppen.
Waardplanten
Het vrouwtje zet haar eieren af op verschillende soorten grassen, zoals kropaar (Dactylis), rood zwenkgras (Festuca), reukgras (Anthoxanthum), en timoteegras (Phleum). De eieren worden afzonderlijk op grassprieten gelegd.





