Home » Soorten » Insecten » Vlinders » Dagvlinders » Boomblauwtje

Boomblauwtje

Celastrina argiolus

Beschrijving

Het boomblauwtje is een van de eerste blauwtjes die in het voorjaar te zien zijn in Vlaanderen. Met een spanwijdte van 25 tot 35 millimeter is het een vrij kleine, maar levendige vlinder. De bovenzijde van de vleugels is bij het mannetje helder hemelsblauw met een smalle donkere rand, terwijl het vrouwtje breder omrande vleugels heeft en soms een vleugje zwart langs de bovenrand van de voorvleugels. De onderzijde van de vleugels is licht grijsblauw met kleine zwarte stipjes, wat hem onderscheidt van het icarusblauwtje dat ook oranje vlekjes langs de onderrand heeft.

Het boomblauwtje vliegt vaak snel en fladderend langs struiken en bomen, waarbij hij hooger in de vegetatie opvalt dan veel andere blauwtjes. Hij is niet schuw en laat zich geregeld in tuinen zien, vaak op zoek naar bloeiende nectarplanten.

Habitat

Het boomblauwtje houdt van struikrijke omgevingen: bosranden, parken, tuinen, hagen en open plekken in het bos. Hij vliegt vaak hoger rond struiken en bomen, in tegenstelling tot veel andere blauwtjes die meer laag boven het gras blijven. Het is een algemene soort in Vlaanderen, die dankzij zijn voorkeur voor tuinstruiken ook in stedelijk gebied regelmatig voorkomt.

Larve

De rupsen leven niet, zoals bij veel blauwtjes, op vlinderbloemige kruiden, maar juist op de bloemknoppen en jonge vruchten van verschillende struiken en klimplanten.

De rupsen zijn klein, groen en plat, waardoor ze goed gecamoufleerd zijn tussen bloemknoppen en jonge bladeren. Ze verpoppen zich in een cocon laag in de vegetatie of in de strooisellaag.

Het boomblauwtje kent twee generaties per jaar: de eerste vliegt vanaf april tot juni, de tweede van juli tot september. De soort overwintert als pop, waardoor hij vaak al in het vroege voorjaar verschijnt – soms een van de eerste blauwtjes van het jaar.

Foto’s