Home » Soorten » Vogels » Roofvogels » Blauwe kiekendief

Blauwe kiekendief

Circus cyaneus

Beschrijving

De Blauwe kiekendief is een sierlijke roofvogel die je vooral in de koudere maanden bij ons kunt tegenkomen. Met zijn lange, smalle vleugels en slanke lijf glijdt hij laag boven de velden en moerassen, bijna zwevend, terwijl hij met trage, soepele slagen de grond afspeurt naar muizen en kleine vogels. Zijn vlucht doet denken aan die van een uil: licht, vloeiend en bijna geruisloos, vaak in rustige wieken heen en weer over hetzelfde stuk land.

Het mannetje is onmiskenbaar: lichtgrijs met zwarte vleugelpunten en een witte stuit, waardoor hij in de winterzon haast spookachtig over het landschap zweeft. Het vrouwtje en de jonge vogels zijn bruiner en minder opvallend, maar ook zij verraden zich door die kenmerkende witte stuitvlek, hét herkenningspunt van kiekendieven.

In Vlaanderen is de Blauwe kiekendief een wintergast. Vanaf eind augustus dalen de eerste exemplaren neer uit noordelijker streken, op zoek naar open landbouwgebieden, heide en uitgestrekte moerassen. De meeste vogels blijven tot in maart-april, waarna ze terugkeren naar hun broedgebieden in Noord- en Oost-Europa. Het zijn dus typische winterverschijningen, die tijdens gure dagen wat kleur en beweging brengen in de kale velden.

Habitat

De blauwe kiekendief is sterk gebonden aan open landschappen. Hij jaagt het liefst boven uitgestrekte velden, heide, veengebieden en moerassen. Zijn manier van jagen – laag, langzaam en glijdend – werkt het best waar hij vrij zicht heeft en prooien zich niet te ver kunnen verbergen. In de winter, wanneer hij in Vlaanderen te zien is, kiest hij vaak voor akkers, weilanden en poldergebieden, waar hij muizen opspoort tussen de stoppels of in ruige grasstroken. ’s Avonds verzamelen meerdere kiekendieven zich soms op een gemeenschappelijke slaapplaats in rietvelden, een spectaculair gezicht als je weet waar je moet kijken.

Verspreiding

De Blauwe kiekendief heeft in Vlaanderen een bijzondere geschiedenis. Ooit was hij hier een broedvogel, vooral in de kustduinen, de heidegebieden en uitgestrekte moerassen. Tot in de jaren zestig waren er nog meerdere broedparen te vinden, maar sindsdien is het beeld drastisch veranderd. Door het verdwijnen van geschikte leefgebieden is de soort als broedvogel vrijwel volledig verdwenen. Vandaag wordt hij in Vlaanderen alleen nog gezien als wintergast en doortrekker.

Het contrast met vroeger is groot. Waar de klaaglijke roep van de blauwe kiekendief ooit ook in de Vlaamse zomer klonk, moeten we het nu stellen met zijn tijdelijke aanwezigheid in de wintermaanden. Het is een voorbeeld van hoe veranderend landgebruik en verlies van open natuur direct invloed hebben op een soort die sterk afhankelijk is van uitgestrekte, rustige gebieden.

Nestgedrag

In Vlaanderen broedt de blauwe kiekendief niet meer als vaste soort – vroeger kwam hij wel tot broeden in de duinen en heidegebieden, maar tegenwoordig zie je hem hier enkel als wintergast. In andere delen van Europa, zoals in Scandinavië, Oost-Europa en delen van Groot-Brittannië, is hij nog wel broedvogel.

Daar bouwt hij zijn nest laag bij de grond, meestal in dichte vegetatie zoals heide, riet of graanvelden. Het nest bestaat uit een eenvoudige kuil met takjes en stengels, zorgvuldig bekleed door het vrouwtje. Ze legt doorgaans 4 tot 6 eieren, die ze alleen uitbroedt, terwijl het mannetje haar van voedsel voorziet. Na ongeveer 5 weken komen de jongen uit, die in het begin volledig afhankelijk zijn van de zorg van beide ouders.

De jongen verlaten na een kleine 5 à 6 weken het nest, maar blijven vaak nog wat langer in de buurt, bedelend om voedsel en lerend hun eerste vluchten te maken. In de zomer trekken veel van deze vogels vervolgens weer zuidwaarts, waardoor wij ze hier in Vlaanderen vanaf de herfst opnieuw kunnen verwelkomen.

Foto’s